Gij zult gelijk zijn
Op het moment dat wij in Nederland druk doende waren met de ‘homofobe’ (toegegeven, de term rolt zo lekker in de mond) school in Emst en de gevolgen voor de vrijheid van christelijke onderwijs, gebeurde er iets in Engeland dat zo mogelijk nog zwaarwegender is. De Britse regering heeft, in de persoon van Maria Eagle¹, een wetsvoorstel ingediend dat het gelijkheidsprincipe laten binnendringen tot binnen de poorten van de kerk – ja, de kerk! Bij het aanstellen van functionarissen mag de kerk voortaan geen rekening houden met bijvoorbeeld de seksuele voorkeur van een kandidaat.
In zijn artikel in De Oogst ‘Afgedwongen gelijkheid’ stelt Matthijs de Blois dat ‘de totalitaire gelijkheidsstaat dichterbij komt‘. Ook Nederland ontkomt niet aan de oprukkende verabsolutering van het gelijkheidsprincipe, dat zich met name sterk maakt voor het recht op seksuele voorkeur. De Blois schrijft:
Vorig jaar heeft de Europese Commisaris die zich bezighoudt met de gelijke behandeling in de Europese Unie zeer kritische vragen gesteld aan Nederland, onder andere over artikel 3. Het toestaan van een algemene uitzondering op het discriminatieverbod was naar het oordeel van de Commissaris niet in overeenstemming met de relevante bepalingen van een Euopese Richtlijn over gelijke behandeling. De Nederlandse Commissie Gelijke Behandeling heeft zich in een advies volijverig aan de zijde van de Commissaris geschaard. De door de Commissie tegen Nederland gestarte procedure kan uiteindelijk leiden tot een uitspraak van de het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen in Luxemburg.
Een nieuw gebod ontvangen wij: Gij zult gelijk zijn. Van wie deze openbaring komt, weten wij niet. Wat wel duidelijk wordt, is dat dit gebod net als de koran alle voorgaande openbaringen vervangt en terzijde schuift.
Wat op het spel staat
Even terug naar Engeland. Wat betekent deze nieuwe wet in de praktijk? Kerken mogen aan kandidaten of sollicitanten niet langer eisen stellen die conform de eigen geloofsbelijdenis zijn. Dat mag wel zolang ze niet ingaan tegen het gelijkheidsbeginsel dat de nieuwe wet bindend op gaat leggen. Een praktiserende homoseksueel mag dus niet vanwege dit ene feit geweigerd worden als jeugdwerker, pastoraal medewerker, administratief medewerker, koster, etc. Alleen de ambtdragers zijn nog van deze maatregel uitgezonderd.
In concreto betekent dit dat de staat inmenging gaat krijgen in wie er in de kerk benoemd gaat worden. Wanneer het sommigen wel uitzondert van deze wet en anderen niet, trekt de staat een arbitraire lijn binnen de kerk. De staat bepaalt op wie het van toepassing is en in welk opzicht. Daarmee speelt de staat kerkvorst én theoloog. Kerkvorst, omdat het een wet forceert en implementeert tegen de wil van de kerkleider in. Theoloog, omdat het het gelijkheidsbeginsel als moreel hoogstaander stelt en theologische inzichten terzijde stelt en annuleert. Er wordt een nieuwe leer opgelegd.
Deze wet is bovendien totalitair, omdat hiermee gewetensvrijheid geweld wordt aangedaan en het de gehoorzaamheid aan de staat belangrijker acht dan de gehoorzaamheid aan God. De regels van de staat worden absoluut toegepast op levensbeschouwelijke zaken. Zo komen met deze wet drie verworven vrijheden — nu in Engeland, maar de trend is dus Europabreed — in het geding:
- Vrijheid van godsdienst. Je mag geloven wat je wil, maar dan alleen thuis; niet in de kerk. Bizar!
- Scheiding van kerk en staat. Voortaan kunnen we onze geloofsbelijdenis beter eerst aan de overheid voorleggen. Kunnen we even ’synchroniseren’. Dat voorkomt een hoop problemen daarna.
- Vrijheid van meningsuiting. Uiteindelijk gaat die er ook aan. Mag je alleen nog ‘tussen je oren’ geloven.
Met open ogen in de val lopen
Hoe komt het dat we met open ogen in de val lopen? Deze vraag geldt niet alleen voor de christen. Als dit zo doorgaat, zullen we atheïsten aan onze zij krijgen en worden vrijdenkers onze medestanders in een opstand tegen de dictatuur van de gelijkheid. Hoe komt het dus, dat de gelijkheid tot tirannie afglijdt en vrijwel niemand dit signaleert?
Onze beschaving heeft in de afgelopen 600 jaar een proces van secularisatie ondergaan waarbij religie langzaam maar zeker uit het openbare leven werd weggedrongen. Religie mag op geen enkele wijze het handelen van de staat beïnvloeden. Eerst ging het om geïnstitutioneerde invloed, vervolgens om levensbeschouwelijke invloed. Niet alles in dit proces is verkeerd geweest. Maar nu zijn we uitgekomen bij een situatie waarin gelovigen de mond wordt gesnoerd. Geloof hoort alleen nog maar thuis (met de deur dicht graag).
Hoezeer echter een geseculariseerde overheid dat ook mag willen, de mens is niet in staat ‘levensbeschouwingsloos’ te functioneren — een menselijke overheid eveneens niet. Daar waar de geseculariseerde mens dit ontkent, kruipt de levensbeschouwing op verkapte manier uit verborgen hoeken toch tevoorschijn. Het gelijkheidsbeginsel is zo’n voorbeeld van een verkapte levensbeschouwing. Omdat in een geseculariseerd wereldbeeld geen transcendent ijkpunt te vinden is (religie is immers taboe), gaat de mens op zoek naar een universeel en allesbeheersend principe van waaruit het menselijk gedrag genormeerd kan worden. Hij komt bij zichzelf uit. De naturalistische mens kan nl. slechts zichzelf als uitgangspunt nemen.
Nu levert dat een ‘probleempje’ op. Een humanistisch uitgangspunt resulteert in een ethiek die geen transcendente basis heeft en daarom noodzakelijk fluctueert. De behoefte aan een vaste moraal/normering blijft echter bestaan (ook bij een geseculariseerde samenleving). Om de fluctuatie tegen te gaan wordt daarom één aspect van het mensbeeld verabsoluteerd: alle mensen zijn gelijk. Violà, een nieuw ijkpunt! Met dit gelijkheidsbeginsel in de hand meent de seculaire overheid een maatstaf, een morele norm, gevonden te hebben waarmee het menselijk gedrag binnen de samenleving genormeerd kan worden.
En dit is wat we zien gebeuren. Die norm wordt intern (d.w.z. binnen de samenleving) steeds meer rigide toegepast. De overheid streeft naar uniformiteit. Onbewust van haar levensbeschouwelijke vooringenomenheid eist de staat dat haar burgers zich conformeren naar het vermeend seculiere gelijkheidsbeginsel. Dit wordt met name toegepast op religieuze groepen in de samenleving die in de ogen van de overheid een levensbeschouwelijk afwijkende en niet te funderen mening voorstaan. Het wordt steeds minder getolereerd dat de norm met de voet wordt getreden.
De onmogelijkheid van het gelijkheidsbeginsel
Er zijn enkele problemen bij deze denkwijze.
1. De maatstaf is niet objectief verankerd en heeft geen epistemologische grond. Met niet objectief verankerd bedoel ik dat de subjectieve keuze voor het gelijkheidsbeginsel wel resulteert in een norm die verabsoluteerd wordt, maar dat is niet hetzelfde als een absolute norm. Het blijft een keuze die arbitrair is. Een naturalistisch wereldbeeld dat nauw samenhangt met de idee van een seculaire staat, staat nu eenmaal geen verankering van een moraal toe buiten de mens. Die verankering is epistemologisch (wat betreft de menselijke kennis) afgesneden. Juist een seculier wereldbeeld ontneemt elke vastigheid aan de moraal. De maatstaf die ze dan hanteert blijkt onbewust religieus bepaald te zijn.
2. Het gelijkheidsbeginsel kan ook niet onverkort toegepast worden. Om dit gelijkheidsbeginsel als absoluut te laten zegevieren, moeten sommigen ongelijk krijgen; in het ongelijk worden gesteld. Hun gelijk dat op naturalistische gronden op zijn minst evenveel recht van spreken heeft, wordt hen ontnomen. Om het gelijkheidsprincipe toe te passen, moeten bepaalde (m.n. religieuze) groepen, gediscrimineerd worden. Het gelijkheidsbeginsel is —om het met een Engelse term te zeggen— ’self-refuting’; het ontkracht zichzelf.
3. Net zo goed als de maatstaf arbitrair gekozen is zo wordt zij ook willekeurig toegepast. Kijk maar om je heen: wordt het gelijkheidsbeginsel ook net zo rigide in economisch opzicht toegepast? Wordt de gelijkheid met evenveel passie op mondiaal niveau nagestreefd? Nee, natuurlijk niet. Als allen gelijk zijn, waarom wordt er dan niet met alle macht middels wetgeving en internationale afspraken naar gestreefd om armoede af te schaffen? De roep om armoede af te schaffen, klinkt wel, maar wordt niet met wetgeving afgedwongen. Waarom? Het gaat om ideologie niet barmhartigheid. Achter het gelijkheidsbeginsel zit een beweging die verregaande vrije seksualiteit nastreeft en die, om dat te bereiken, religieuze groeperingen de mond moet snoeren. Onze seculiere overheden erkennen deze vooringenomenheid niet.
4. Het gelijkheidsbeginsel leidt tot totalitarisme. Ook in dit opzicht is het zelfontkrachtend. Proberend vrij te zijn, knechten zij de ander: Gelijk zult gij zijn, al moest ik u er een kopje kleiner voor maken. Of om het met een variant op Orwell’s beroemde woorden uit Animal Farm te zeggen: ‘All are equal only some are less equal than others’.
¹ Maria Eagle is (in het Engels) the Parliamentary Under Secretary of State at the Government Equalities Office
Filed under: cultuuranalyse, kerk, moreel relativisme, opinie, politiek | getagged: antidiscriminatie, De Oogst, gelijkheidsbeginsel, Matthijs de Blois, scheiding van kerk en staat, secularisatie, vrijheid van godsdienst