
Een visual van de nieuwe anti-discriminatiecampagne
Minister ter Horst heeft het startsein gegeven voor een campagne tegen discriminatie. Onder de titel ‘Moet jij jezelf thuislaten als je naar buiten gaat?‘ wordt de komende zes weken campagne gevoerd in allerlei media.
Op de campagnesite discriminatie.nl lezen we het volgende:
Moet je je eigen ik verstoppen om geaccepteerd te worden?
Nederland is een land waar niemand zijn eigen ik hoeft te verstoppen. Het is een plek waar niet geoordeeld wordt over kleur, geslacht, leeftijd of geloof. Iedereen moet zichzelf kunnen zijn en zich thuis kunnen voelen. Om dat te beschermen zijn er regels waar we ons allemaal aan moeten houden. Namelijk dat iedereen in Nederland gelijk moet worden behandeld. Dat discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, niet is toegestaan. Want in Nederland mag iedereen overal zijn of haar eigen ik laten zien.
Natuurlijk passeeert het bekende rijtje van homoseksuelen, gekleurden en moslims de revú. Inderdaad moeten deze mensen niet gediscrimineerd worden. De site geeft echter niet prcies aan wat er met discriminatie wordt bedoeld. Discrimineren betekent eigenlijk niets anders dan ‘onderscheid maken’ en door bepaalde groepen aan te wijzen als ‘gediscrimineerd wordend’ discrimineer je al. Je moet dus eigenlijk wel discrimineren om te kunnen zeggen dat er niet gediscrimineerd mag worden.
Dat lijkt op alle slakken zout leggen, maar het is een fundamentele zwakte dat dit niet in kaart wordt gebracht. Het lijkt mij dat het er om gaat op wat voor wijze er niet gediscrimineerd mag worden. We hebben definities nodig voordat er een overheid op komt draven die met een moraliserende vinger komt wijzen. Overdrijf ik? Nee hoor. Kijk maar wat er gebeurt als ik even een pruik opzet (bijvoorbeeld van Marquis de Sade) en de boodschap van deze campagne consequent toepas:
Persoonlijk vind ik dat deze campagne niet ver genoeg gaat. Ik kan een heleboel mensen bedenken die zichzelf thuis moeten laten wanneer ze naar buiten gaan, maar die toch niet bij de overheid – of wie dan ook – aan hoeven te kloppen met de klacht dat ze gediscrimineerd worden. Er moet vrijheid van discriminatie voor iedereen zijn (en dus ook de vrijheid óm te discrimineren). Ik breek dan ook een lans voor de pedofiel. Waarom moet hij zichzelf met zijn op kinderen gerichte fantasieën thuislaten en iemand anders niet? Ik kom op voor de sadist die nog steeds niet en public martelingen kan uitvoeren, omdat wij die zonodig als pervers betitelen. Ik werp me op als verdediger van de mevrouw die zo graag naaktloopt maar dat gewoon niet kan, omdat iedereen haar dan na staart. Je moest eens weten hoe getraumatiseerd ze hiervan is. Ook verdedig ik de seriemoordenaar die zijn neiging altijd moet onderdrukken en slechts in het diepste geheim en met gevaar voor eigen leven die neiging de vrije loop kan laten gaan. Al deze mensen worden dubbel gediscrimineerd, want ze worden niet tot het lijstje van gediscrimineerde mensen toegelaten.
Sorry, ik was even niet mezelf. Vervolgens lees ik verder op de website en dan komt de aap uit de mouw. Blijkbaar zijn er situaties waarin wel gediscrimineerd mag worden. Ik lees:
Niet alles is discriminatie. Er zijn allerlei situaties waarin het heel normaal is om onderscheid te maken tussen mensen. Iemand weigeren voor de functie van receptionist, omdat hij of zij de taal niet beheerst, is geen discriminatie. Iemand weigeren voor die functie, omdat hij of zij een donkere huidskleur heeft, is wel discriminatie. Discriminatie is dus niet het maken van onderscheid, maar van verboden onderscheid. Dat wil zeggen: onderscheid dat mensen in hun vrijheid beperkt, zonder dat daarvoor objectief gezien een goede reden is.
Elders lezen we ook dat discriminatie het ongelijk behandelen en achterstellen is van mensen op basis van kenmerken die er niet toe doen, zoals bijvoorbeeld huidskleur, sekse of religie. Wie bepaalt er eigenlijk wat een objectieve reden is om te discrimineren? Wie bepaalt welke kenmerken er niet toe doen?
De de campange toont maar weer de onmogelijkheid van een overkoepelende moraal die op een moreel relativistische leest geschoeid is. Het werkt gewoon niet. Ook de verwijzing op de site naar de grondwet en afgeleide wetten helpt niet echt. Reeds in de wet komen innerlijke tegenstellingen bloot te liggen: het niet discrimineren van de ene groep leidt automatisch tot de discriminatie van de andere.
Ook de Gouden Regel ‘Doet aan een ander niet wat u niet wilt dat u geschiedt’ kan niet zomaar functioneren in een moreel vacuüm. Het heeft geen basis voor zichzelf en heeft geen kader waarbinnen het toegepast kan worden. De campagne is weer een typisch voorbeeld van postmodernistisch humanistisch leentjebuur spelen bij een ander waardensysteem. Het is een eclectisch shoppen in de supermarkt van levensovertuigingen om je eigen pretpakket samen te stellen.
Dat de filosofische basis zwak is, wil natuurlijk niemand inzien. Maar het zal in toenemende mate blijken uit het feit dat er toch én in toenemende mate gediscrimineerd gaat worden. Onze geseculariseerde overheid werkt met een afgeleide moraal die aan het afbrokkelen is. Dat is nauwelijks een effectief gereedschap te noemen om een volk op te voeden waar die overheid zelf een weerslag van is. Dat is nog eens verstoppertje spelen.
Gearchiveerd onder: cultuuranalyse, discriminatie, opinie, politiek getagged: | antidiscriminatie, discriminatie, gelijkheidsbeginsel, moreel relativisme, overheidscampagne

Toen ik begon met lezen dacht ik: ‘wat ga je hier van maken?’ Na het eerste voorbeeld dacht ik: ‘zijn die voorbeelden niet overdreven?’ En toen ik de rest las, dacht ik: ‘krijg nou wat, dit is inderdaad zo lek als een mandje!’
Nu vraag ik me af: wat is discriminatie nou wel?
Een actueel stuk, denkend aan de discussie over homoseksuele leerkrachten op christelijke scholen. Waar de één seksuele geaardheid betitelt als een ‘kenmerk dat er niet toe doet’ om goed les te geven, betoogt de andere kant dat dat kenmerk er wel degelijk toe doet om goed les te geven op die bepaalde school. – En wat is dan ‘verboden onderscheid’?
‘Verboden onderscheid’ duidt op een implicitiete moraal en verraadt dus een wereldbeschouwelijke vooringenomen aan de kant van de overheid. Het onderscheid wordt verder niet geduid. Iederen kan er z’n eigen invulling aan geven en dus wordt de verduidelijking uitgevochten over de rug van – inderdaad – christelijke scholen die moeite hebben met het toelaten van een praktiserende homoseksuele leraar.