
Eén van de eerste apologeten: Paulus op de Areopagus
Wat is apologetiek? Het is de verdediging van het christelijk geloof. De term is ontleend aan 1 Petrus 3:15 waar staat dat wij ten allen tijde bereid moeten zijn om verantwoording af te leggen van de hoop die in ons is. Dit is niet alleen een intellectuele bezigheid. Juist in 1Petrus 3 staat de opdracht in de context van het verdragen van lijden omwille van Christus.
Apologetiek moet dan ook gedaan worden in nederigheid, op een authentieke manier. Het moet geloofwaardig zijn in intellectuele maar zeker ook in existentiële zin. Wij moeten vooral uit ons gedrag laten zien hoe de waarheid die wij belijden met de mond ook echt waar blijkt te zijn. En dat is in ons gedrag.
Als dit de basishouding blijft dan mogen we met goede hoop ook intellectueel aan de slag gaan om het geloof te verdedigen. Petrus gebruikt het woord ‘apologia’ dat in onze bijbel vertaald is met ‘verantwoording’. ‘Apologia’ is een woord ontleend aan de rechtspraak. Het slaat op een pleidooi gehouden door een advocaat.
Dat brengt ons bij een volgende punt. Apologetiek kan verdedigend zijn, maar ook offensief. Een verdedigende apologetiek pareert bezwaren die tegen het christelijk geloof worden ingebracht; het slaat dus aanvallen af. Een offensieve apologetiek ‘valt juist aan’. Het neemt het initiatief om de discussie aan te gaan met anders- of niet-gelovigen. Defensieve apologetiek wordt ook wel negatieve apologetiek genoemt, terwijl offensieve apologetiek dan positief is.
Maar zoals er verschillend over theologie gedacht wordt, zo wordt er ook verschillend gedacht over apologetiek. Het is erg moeilijk om een criterium te noemen waarmee verschillende soorten apologetiek in hokjes kunnen worden ingedeeld. Wel zijn er verschillende stromingen of scholen die hun eigen benaderingswijze hebben. Ze overlappen elkaar op sommige punten of vullen elkaar juist aan. De meest bekende scholen zijn: de klassieke, de evidentialistische, de presuppositionalistische, de cumulatieve en de gereformeerd epistemologische apologetiek.
De klassieke apologetiek staat in de traditie van de Griekse filosofie en de middeleeuwse scholastici. De oudste godsbewijzen komen van Plato en Aristoteles en zijn door mensen als Thomas van Aquino verfijnd en in een christelijke context geplaatst. Helder redeneren leidt tot de conclusie dat God bestaat. Dan weten we nog maar heel weinig van God, maar wat we weten kan ons leiden tot het aanvaarden van de Bijbel als openbaring van die God. De tweede stap van van deze methode wijst op de historische waarschijnlijkheid van Jezus’ opstanding die – omdat God klaarblijkelijk bestaat – niet zo vreemd meer is. Omdat Jezus uit de dood is opgestaan, is Hij de Messias van God.
De evidentialistische methode doet eigenlijk niet aan filosofie. Dat is niet nodig, zegt de evidentialist, want als je kunt bewijzen dat Jezus uit de dood is opgestaan en dat Hij echt wonderen deed, dan moet dat vanzelf een goddelijke verklaring hebben. Just follow the evidence! Jezus’ opstanding houdt automatisch in dat God bestaat én dat Jezus zijn boodschapper is.
De presuppositionalisten moeten daar niets van hebben. Zij stellen – niet onterecht – dat logisch nadenken alleen maar mogelijk is wanneer God bestaat. Bestaat God niet, dan is alles toeval, alles chaos, alles materie. Rationaliteit is dan een illusie. Zij vinden dus dat om iets zinnigs te kunnen zeggen, je God moet veronderstellen, d.w.z. presuppositioneren. Bovendien is het verstandelijk vermogen van de mens door de zonde aangetast. Presuppositionalisten houden er dan ook van om in allerlei denksystemen aan te tonen waarom het denksysteem eigenlijk irrationeel of juist rationalistisch (de rede verheerlijkend) is.
In de cumulatieve methode stelt men dat het vaak niet één lijn van redeneren is die tot het besef leidt dat God bestaat. Er zijn tal van elementen, tal van aspecten in de werkelijkheid, tal van ontdekkingen die een mens doet of gedachten die een mens heeft die tot die conclusie kunnen leiden.
Dan is er nog de gereformeerde epistemologie die bijna meer een filosofische stroming vertegenwoordigt dan dat het een apologetische school is. Volgens deze groep denkers is het geloof in God een basaal gegeven. In filosofisch taalgebruik heet dat ‘properly basic’. Ze bedoelen er het volgende mee. Je kunt altijd de waaromvraag stellen of de ‘hoe weet je dat?-vraag’. Op een gegeven moment kun je echter niet verder vragen. Hoe weet je dat 1 + 1 = 2? Je weet dat gewoon. Hoe weet je dat je ziet wat je ziet? Je moet dat gewoon aannemen. Het is ‘properly basic’; het is een basaal gegeven van het menselijk denken. Nu, zeggen deze denkers, dat is met het geloof in God ook het geval. Hoe weet je dat God bestaat? Je weet het gewoon. Het hoort bij de uitrusting van het menszijn.
Mijn voorkeur gaat uit naar de klassieke apologetiek. Er is niets mooier dan helder redeneren met het verstand ons door God gegeven om uit te komen bij die God. Er is niets mooier dan mensen mee te nemen op die ontdekkingstocht naar God toe. Uiteindelijk is het natuurlijk de Heilige Geest die mensharten opent en toespreekt, maar Hij wil ons daar bij gebruiken.
Dat wil trouwens niet zeggen dat de andere methoden voor mij afvallen. Stuk voor stuk reiken ze gereedschap aan en leveren ze belangrijke inzichten.
Gearchiveerd onder: apologetiek, educatief, epistemologie, filosofie, natuurlijke theologie, religie getagged: | apologetiek, Aquino, Aristoteles, cumulatieve methode, evidentialisme, geloofsverdediging, gereformeerde epistemologie, Plato, presuppositionalisten
