Een argument dat soms ingebracht wordt tegen het christendom is dat er zoveel verdeeldheid is onder christenen. Het is zonder meer een terechte aanklacht, omdat de verdeeldheid tenminste voor een deel gevoed wordt door machtspolitiek, eigen belang, het voeren van een dubbele agenda, etc. Christenen zouden zich niet bezig moeten houden met wat hen verdeelt, maar met wat hen bindt. In de praktijk zien we christenen en kerkelijke gezindten nauwkeurig beschrijven wat de grenzen zijn tussen hen en anderen en waarom toch vooral zij gelijk hebben. Maar om nu te stellen dat het kan werken als een argument tegen de waarheid van het christelijk geloof gaat te ver. Enkele overwegingen:
1. Een flink deel van de verdeeldheid onder christenen is terug te voeren tot een verschil van interpretatie van wat God gezegd heeft. Om duidelijkheid te hebben over wat God gezegd en bedoeld heeft, moet God zodanig spreken dat het voor alle christenen klip en klaar is wat God zegt en bedoelt. Maar om dat mogelijk te maken, moet het spreken van God zo zijn dat zijn woorden niet voor meerderlei uitleg vatbaar zijn. Maar dat is onmogelijk, omdat elk spreken aan interpretatie onderhevig is; ook het spreken van God. Het probleem is niet het spreken maar de interpretatie. De interpretatie is aan de menszijde en dus feilbaar.
2. Maar gesteld dat het spreken van God zo zou zijn dat er maar één uitleg mogelijk is, zodanig dat alle christenen precies zouden weten wat God gezegd heeft en wat Hij heeft bedoeld, dan zou er er een rare situatie ontstaan. Christenen hebben geen epistemologische voorsprong op niet-christenen in het bepalen wanneer en hoe een spreken geduid moet worden als zijnde van goddelijke oorsprong. Het gevolg zou zijn dat niet alleen christenen maar ook alle niet-christenen precies zouden weten wat God gezegd en bedoeld heeft. Niet alleen christenen maar alle mensen op aarde zouden reden hebben om één te zijn in hun geloof in de woorden van God.
3. De realiteit gebiedt ons echter te zeggen dat er geen uniforme kennis is onder de mensen over de woorden van God en dus is die uniformiteit er ook niet onder christenen. Er is in feite een enorme verwarring ten aanzien van God: wie Hij is, of Hij bestaat, of Hij wel kan spreken en zo ja, wat dan. De verwarring onder christenen is dus niet per se een christelijk probleem. Het heeft te maken met een universeel probleem van de mens, nl. zijn relatie met en verstaan van het transcendente.
4. De vraag die we zouden moeten stellen is waarom deze situatie zo is. Of beter: Waarom heeft God, als Hij bestaat, Zich niet duidelijker geopenbaard? We mogen er toch vanuit gaan dat als God de mensheid liefheeft, Hij toch alles in het werk zou stellen om goed te communiceren? Als God God is, dan is Hij soeverein en is Hij dus vrij om te doen wat en hoe Hij wil. Hij zou dus ook vrij zijn om te communiceren zoals Hij dat zelf wil. Aangezien een communicerende God die eigenschappen van soevereiniteit en almacht heeft, is het niet aan ons om God ter verantwoording te roepen over zijn communicatie. Hij heeft het recht te communiceren hoe en wat Hij wil. Bovendien kan het zijn dat Hij specifieke redenen heeft om te communiceren zoals Hij dat gedaan heeft. Mogelijk zijn de niet-dwingendheid en het openstaan tot interpretatie van Gods woorden noodzakelijke voorwaarden voor het doel wat God met zijn communicatie beoogt. Als ontvangers van deze communicatie is het dus niet aan ons deze communicatie te bekritiseren of te verwerpen. Het is aan ons om op deze communicatie zo adequaat mogelijk te reageren.
5. De Bijbel, het boek dat volgens christenen de zelfopenbaring van God bevat, geeft ons twee heel goede redenen waarom Gods communicatie open lijkt te staan voor meerdere interpretaties en soms zelf ambigide overkomt. In de eerste plaats is volgens de Bijbel de relatie tussen God en mens verstoord. De mens is in moreel opzicht gecorrumpeerd met als resultaat een grote kloof tussen een moreel volmaakte God en een gevallen mensheid. Deze kloof heeft ook z’n effect op de helderheid van de communicatie en het vermogen van de mens om goed te interpreteren. In de tweede plaats is Gods zelfopenbaring noodzakelijk zodanig dat zij die het willen ontvangen als Gods Woord het ook zo kunnen ontvangen, terwijl zij die het willen verwerpen rationeel kunnen zijn in hun afwijzing ervan. Waarom? Omdat Gods communicatie niet gericht is op informatieoverdracht en neutrale cognitieve content, maar op het verkrijgen van een relatie met de mens die gebaseerd is op vrijwilligheid en resulteert in wederzijdse liefde. Daarbij is dwingende communicatie ongewenst.
Gelet op de sterke argumenten voor het bestaan van God (het kosmologische argument, het teleologische argument, het morele argument etc.) en gelet op op mijn verklaring voor de verdeeldheid onder christenen is het argument van verdeeldheid niet voldoende om te functioneren als een argument tegen het bestaan van God o tegen de waarheid van christelijk geloof. Christenen zijn één met God wanneer zij zeggen dat God gesproken heeft in de Bijbel. Zij zijn één met de mensheid in hun falen dit spreken juist te interpreteren, te verwoorden en toe te passen. Dit is enerzijds een epistemologisch falen, maar kan tevens gezien worden als een moreel falen. Ook christenen zijn aangetast door de zonde en zijn gevolgen. Wij kennen nu ten dele, maar zullen straks ten volle kennen. Wij worden nu getransformeerd en zullen straks volmaakt zijn.
Gearchiveerd onder: apologetiek,epistemologie,kerk getagged: | christelijke eenheid,Gods zelfopenbaring,hermeneutiek,interpretatie,verdeeldheid

Het christendom is een dogmatisch geloof en dus denkt een aanhanger altijd het gelijk aan zijn zijde te hebben. Aanhanger 2 die er op minieme punten anders over denkt, kan in de ogen van aanhanger 1 dus nooit gelijk hebben. Aangezien de bijbel aangeeft dat anders denken niet te tolereren valt, moeten de aanhangers 1 en 2 dus elkaar wel bestrijden. Verdeeldheid is dus een typisch kenmerk van een dogmatisch geloof. Kerkscheuringen horen dus gewoon bij het christendom en dat is maar goed ook.
Verder kan de Here best wel eens wat helderder zijn in de communicatie. Hij zou bijvoorbeeld zijn aanwezigheid kunnen laten blijken, zoals hij dat ook deed in de tijd van Mozes. Hij zou kunnen rondcirkelen in een zichtbare grote wolk rond de aarde, zich zichtbaar kunnen vestigen op de Sinaï of ergens anders en hij zou te hulp kunnen komen als er bijvoorbeeld een aardbeving is, zoals nu in Haïti, waar hij in alle onfeilbaarheid weer eens tekortgeschoten is in zijn liefde voor de mens.
Vervolgens kunnen wij als mensen veel gemakkelijker de keuze maken of wij hem wel of niet willen volgen. Menigeen koos er overigens in de tijd van Mozes (m.i. terecht) welbewust voor om dat niet te doen.