Scheppingsverhaal en wetenschap (III)
 Genesis als narratief

Het is erg gemakkelijk om de scheppingsnarratief van Genesis af te zetten tegen moderne kosmogenieën (verklaringen van de oorsprong van de werkelijkheid) of anthropogenieën (ver­klaringen voor de oorsprong van de mens). Deze benadering is ten dode opgeschreven. Walton zegt bijvoorbeeld: “We moeten niet verwachten dat de Bijbel de vragen beantwoordt die voortkomen uit onze eigen tijd en cultuur. Genesis was geschreven aan de Israëlieten en handelde over de menselijke oorsprong in het licht van de vragen die zij zouden hebben gehad. We moeten niet proberen moderne wetenschap te ontlenen aan de informatie ons gegeven wordt, maar moeten de beweringen proberen te verstaan die de tekst maakt in zijn eigen context.”[1]

De scheppingsnarratief moet bezien worden in het licht van de cultureel-historische context van het Oude Nabije Oosten en in de context van de Pentateuch, het literaire geheel van de vijf boeken van Mozes waarvan het scheppingsverhaal deel uitmaakt. Met andere woorden: het scheppingsverhaal in Genesis moet onder zijn eigen voorwaarden benaderd worden. Bepaalde dingen worden dan duidelijk:

A. Genesis doet geen poging een precies ‘wetenschappelijk verantwoord’ chronologisch verslag te bieden. Dit wordt duidelijk wanneer we kijken naar de rangschikking van de scheppingsdagen. Dag 1 (Er zij licht; dag en nacht) correspondeert met dag 4 (lichten in het uitspansel, zon en maan); dag 2 (uitspansel, scheiding van de wateren) correspondeert met dag 5 (waterdieren, vogels); dag 3 (scheiding land en water) correspondeert met dag 6 (landdieren, de mens).

B. Genesis probeert niet te vertellen hoe God de wereld heeft geschapen, maar probeert iets over God te zeggen en de schepping in relatie tot die God. Dat was erg relevant voor de Israëlieten die levend in de toenmalige wereld antropomorfische goden kenden die met elkaar vochten en ruzieden. Die goden waren zelf onderworpen aan de elementen. De God die in het genesisverhaal voor ons geschilderd wordt is geheel anders. Deze God is geheel uniek, zonder gelijke, souverein, almachtig en moreel goed.

C. Van de elementen in het scheppingsverhaal wordt eerder de functie dan de eseentie of substantie beschreven die God eraan geeft. Volgens John Walton is het scheppingsverhaal in Genesis ontworpen als een tempel, een mini-kosmos waar God de baas is. Genesis verschaft ons als zodanig functionele en theologische waarheden[2].

Genesis moet dan ook als een apologie of een polemiek gezien worden. In plaats van dat we Genesis lezen als een 21ste eeuwse tekst, moeten we het zien in zijn eigen context: “De meest waarheidsgetrouwe betekenis van een tekst wordt gevonden in wat de auteur en de luisteraars zouden hebben gedacht”[3].

A. De polemiek van Genesis richt zich waarschijnlijk tegen de kosmogenieën van haar eigen tijd [4] zoals die te vinden zijn in de epische verhalen die in die tijd bekend waren (Gilgamesh, Enuma Elish, Atrahasis) die vergelijkbaar klinkende verklaringen voor de wereld bieden, die uiteindelijk toch radicaal anders zijn. In die hoedanigheid biedt Genesis de nieuw ontstane natie Israël een eigen identiteit (een eigen oorsprongsverhaal met de beschrijving van het karakter van haar God die boven alle andere goden is verheven). Verder schetst het scheppingsverhaal ons een monotheïstische conceptie van God, die ex nihilo (uit het niets) schept (in plaats van de andere goden die slechts reeds bestaande materie bewerken), die Zelf de bron is van moraal en recht, die de mens niet als werkslaaf heeft gemaakt, maar naar zijn eigen beeld. Een God die alle macht heeft, alles onder controle heeft en souverein is.

Genesis behandelen als een hedendaagse tekst is vragen stellen aan de tekst waar die geen antwoorden op geeft. Dit is een fout die evolutionisten maken wanneer zij Genesis afwij­zen. Maar ook creationisten maken deze fout wanneer zij wetenschappelijke modellen baseren op het scheppingsverhaal in Genesis. Daar is Genesis niet voor bedoeld.

Genesis volgens Genesis

Wanneer we Genesis lezen volgens Genesis, d.w.z. in de tekst lezen wat Genesis bedoelt te zeggen (afgeleid van een juiste hermeneutiek van het scheppingsverhaal in Genesis) arriveren we bij enkele belangrijke implicaties, die ingaan tegen gangbare opvattingen. De functionele en theologische waarheden die Genesis ons biedt, blijken juist een bevestiging te bieden van wetenschappelijke inzichten die pas in de 20ste eeuw tot ons zijn gekomen.

Genesis impliceert bijvoorbeeld dat de kosmos een begin heeft gehad (d.w.z. er bestond geen materie voordat God scheppend sprak). Deze notie wordt bevestigd door de inzichten van Einstein, LeMaitre en Hubble die samen gekomen zijn tot wat nu de Big Bang theorie genoemd wordt. Voor zover we nu weten zijn tijd, materie, energie, ruimte op een bepaalde moment ontstaan van­uit een oneindig klein beginpunt, de singulariteit. Op zijn beurt schreeuwt deze singulariteit om een verklaring, een oorzaak. Dit is een metafysisch vraagstuk dat zijn meest logi­sche oplossing vindt in een Schepper. Bill Craig zegt in zijn Reasonable Faith: “… dit is een nogal verontrustende conclusie voor iedereen die erover nadenkt”[5] en hij citeert daarbij Arthur Eddington: “het begin [van de kosmos] stelt ons voor onoverkomelijke problemen tenzij we het eens worden om het eenvoudig als bovennatuurlijk te beschouwen”[6].

Aantekeningen

[1] Door mij vertaald uit het artikel ‘The Creation of Humankind in the Ancient Near East’ op de website: http://www.asa3.org/ASA/education/origins/genesis-jw.htm

[2] Deze ideeën van functionaliteit van de schepping en de schepping als tempel en mini-kosmos zijn ontleend aan een lezing van John Walton (http://www.blackhawkchurch.org/sermon_resources/walton.pdf).

[3] John H. Walton, The Lost World of Genesis One: Ancient Cosmology and the Origins Debate, (Downers Grove, IL: IVP Academic, 2009-07-30), p. 43

[4] Zie: Gordon J. Wenham, Word Biblical Commentary, Vol. 1: Genesis 1-15, (Waco TX: Thomas Nelson, 1987) en Peter Vogt, Interpreting the Pentateuch: An Exegetical Handbook (Handbooks for Old Testament Exegesis), (Grand Rapids: Kregel Academic & Professional, 2009).

[5] William Lane Craig, Reasonable Faith, Christian Truth and Apologetics3 ed., (Wheaton IL: Crossway Books, 2008), p. 128

[6] Arthur Eddington, The Expanding Universe (New York: Macmillan, 1933), 178

9 Reacties

  1. Goed stukje!

  2. Jos,

    Zeer interessant!

    Groet,

    Peter Burgers

    • Dank je Peter! Hou ook een oogje in het zeil op mijn engelstalige blog (apologiachristi.com). Doe ik samen met een paar medestudenten. Ik ben nu bezig met een klasselezing over het evolutie-scheppingsdebat tegen de achtergrond van het theologie-wetenschapsdebat. Daar volgt dan weer een essay op dat zoekt naar een integratie van theologie en wetenschap. Uiteindelijk zal een en ander verschijnen op mijn engelstalige blog. Groet, Jos.

      • Hoi Josh,
        ik vind het goed dat deze site er is, maar je manier van omgang met Genesis en de Bijbel is volgens mij onjuist. Enkele opmerkingen:
        “De meest waarheidsgetrouwe betekenis van een tekst wordt gevonden in wat de auteur en de luisteraars zouden hebben gedacht”. Dat klopt in elk geval niet voor de meeste profetieën die in het oude testament staan! Je schijnt te verwerpen dat de Bijbel geïnspireerd is en in haar uitwerking niet onderworpen is aan de beperkingen die menselijke teksten normaliter hebben.
        Wat we weten over de schepping is door God verteld, geen mens was erbij. Je ‘toetst’ wat er staat en de meest voor de hand liggende betekenis aan hedendaagse theorieën (bijv. singulariteit), waarmee je de Bijbel ónder de wetenschap plaatst. Daarmee loop je dood. Volgens mij wordt bovendien aangenomen dat Mozes Genesis heeft opgetekend; als je ziet hoe God met Hem omging, reken dan maar dat Mozes het hierover met God gehad heeft, en dat hij het zo duidelijk mogelijk heeft opgeschreven. Als hij iets apologetisch wou schrijven, had MOzes dat wel gedaan; zulke vergezochte literaire vormen als een narratief zijn iets van vele eeuwen later (volgens mij).

        Je probeert theologie en wetenschap te integreren zeg je. Theologie ís wetenschap, en als zodanig onderworpen aan de wetenschappelijke methode. Integreren is dus niet eens nodig. De beperkingen van de wetenschappelijke methode (m.n. herhaalbaarheid) sluiten uit dat God ermee gevonden kan worden. God wil ook geen onpersoonlijke, rationeel afgedwongen erkenning, maar een relatie. Frappant dat Jezus Zich daarom zelf “de waarheid” noemt.
        Tot slot: er is zoveel bewijs dat de Big Bang theorie en evolutie in elk geval niet waar zijn, dat er geen discussie nodig is of die ‘waar’ zijn. Het is een model dat nooit de potentie gehad heeft die status te bereiken, hoeveel mensen die ook geven; bovendien zijn beide theorieën naar hun aard onwetenschappelijk, daar ze wat wetenschappelijk onmogelijk is mogelijk verklaren door het zover terugplaatsen in de tijd en verlengen van tijdsperioden dat de aannames principieel onverifieerbaar zijn.
        Succes met je denken en communiceren!

  3. De wetenschap zal weinig moeite hebben met mensen die zeggen dat god verantwoordelijk was voor het allereerste duwtje bij de big bang. Eerste singulariteit of god… geef het beestje maar een naampje, zullen ze denken. De wetenschap zal er wel grote moeite mee hebben als mensen beweren dat zo’n god direct na dat allereerste duwtje ook nog regelmatig in het universum ingrijpt en aanpast. Ikzelf vind bovendien de bijbelse god als gever van het eerste duwtje wel een hele eigenaardige god. Miljarden jaren na zijn eerste duwtje laat hij middels een boek weten dit allemaal voor de mens te hebben gedaan…. om een persoonlijke relatie met ze aan te kunnen gaan. Hij vond het blijkbaar nodig hiervoor een toneelvloer te creëren die zowel in ruimte als in tijd biljoenen keren groter is dan wat voor zijn toneelstukje nodig was. Deze god heeft wel heel beroerd gevoel voor verhoudingen.

    Stel onze zon en de negen planeten voor als zandkorrels. Het heelal dat we tot nog toe hebben ontdekt telt meer van dit soort zandkorrels dan er op alle stranden van onze wereld bij elkaar te vinden zijn*. Al die biljoenen en biljoenen zandkorrels, allemaal gemaakt om op één klein zandkorreltje een korte tijd een persoonlijke relatie aan te gaan met de daarop levende wezentjes! En wat te denken van de tijd. Op de klok van de aarde is de persoonlijke relatie van god met de mens (gerekend vanaf de tijd dat de mens begon te schrijven) slechts een fractie van een seconde, een haarfijn krasje op de wijzerplaat.

    Er zijn christenen die zullen zeggen dat dit alleen maar aantoont hoe groot god is, en dat god buiten de tijd staat en dus niet een paar miljard jaar hoeft zitten wachten om zijn relatie aan te kunnen knopen. Maar die christenen missen het punt. Waarom zulke giga-hoeveelheden tijd, ruimte en materie, als het er alleen om gaat ons gedurende enkele duizenden jaren met een boek, een gekruisigde zoon, en hier een daar een wondertje, te testen of we echt wel in hem willen geloven? Christenen zijn altijd zo gericht op zingeving. Een god die al die onmetelijke hoeveelheden tijd, ruimte en materie nodig heeft alleen om zijn geloofsspelletje hier op aarde met ons te kunnen spelen… zo’n god kun je grootschalige megalomanie en zinloze spilzucht verwijten.

    Bas van Gorkum

    * http://www.youtube.com/watch?v=0co8PD8zTT0

    • Laat je nu bewust een stuk van het christelijk wereldbeeld achterwege of is het per ongeluk dat je de eeuwige bestemming van de mens in eenheid met de Schepper achterwege laat?

      Overigens maakt het heel veel uit hoor of het begin een duwtje heeft gehad van een god of niet. Zo niet, dan zitten we met de vraag wat de oorzaak van het duwtje was – een groot metafysisch vraagstuk. Zo wel, dan verandert dat voorgoed de plausibiliteit van het naturalisme waar we met z’n allen zo prat op gaan. Geen wonder dat de Nieuwe Atheïsten het in ieder geval niet met je eens zijn.

      Verder is je afwijzing van God als verspilzuchtige wel heel flinterdun beargumenteerd. Wie kan het schelen dat Bas van Gorkum zoveel tijd, ruimte en massa verspilzucht vindt. Misschien heb je gewoon weinig gevoel voor epische omvang en grootse grandeur. Ik geef niet veel om sarkasme, maar als je nog een goed argument hebt…

  4. “dat je de eeuwige bestemming van de mens in eenheid met de Schepper achterwege laat”
    Ik begrijp uit deze woorden, als reactie op mijn stelling, dat de hemelse eeuwigheid in de ons bekende ruimte en tijd zal zijn. Iedere ziel een eigen ster aan firmament, zullen we maar zeggen.

    De wetenschap zal zich niet druk maken over de stelling dat het een god was die het allereerste duwtje gaf op voorwaarde dat die god zich op geen enkele manier na dat eerste duwtje ooit nog bemoeit met de gang van zaken in het heelal. Dus geen boeken laten schrijven, geen zonen sturen, geen profeten of andere mensen boodschappen sturen, en op geen enkele andere manier zich in het heelal manifesteren.

    In dat geval blijf namelijk het naturalisme waar we met z’n allen zo prat op gaan recht overeind. En het allereerste moment blijft dan nog steeds een groot metafysisch vraagstuk, omdat zeggen dat het god was die het eerste duwtje gaf (een god die voldoet aan bovenstaande voorwaarde!) niets toevoegt of wegneemt.

    “Wie kan het schelen dat Bas van Gorkum zoveel tijd, ruimte en massa verspilzucht vindt”. Zo lust ik er nog wel één. Wie kan het schelen dat de Apologeet zo graag een absolute moraal wil postuleren waarvan de ‘absoluutheid’ niet te toetsen is (zie de discussie op http://apologeet.com/2009/07/27/de-plaaggeest-en-de-geplaagde/#comment-506 ).

    Bas van Gorkum

  5. Wel wel, Bas, je weet van wanten. Maar … laten we nu aannemen dat de evolutie-theorie de enige waarheid zou zijn en er dus geen God is Die als Schepper verantwoordelijk is voor het ontstaan van planeet aarde en het leven daarop. Even logisch denken: als er geen God is, zijn er ook geen absolute waarheden. Die “waarheden” die we dan hebben, zijn betrekkelijk en kunnen korte of langere tijd later weer vervangen worden door nieuwe “waarheden.” De “waarheid” die op een bepaald moment zal heersen, is die “waarheid” van hem die op dat ogenblik de machtigste onder ons is. Zo had Hitler zíjn “waarheid.” Stalin had op zijn beurt zijn “waarheid.” Dus: wanneer er een God is (en er dus ook geen absoluten zijn), is de “waarheid” van hem die op een gegeven ogenblik de dienst uitmaakt (ongeacht of hij dan wél of geen goede bedoelingen met zijn onderdanen voorheeft), DÉ waarheid. Dit zijn nl. de gevolgen van de evolutie-theorie. Maar … hoe komt het dan dat we zo’n weerzin koesteren tegen Hitler? Hij had toch overeenkomstig de evolutie-leer zíjn “waarheid?” En daar hij in zijn tijd de machtigste man in Europa was, kon hij zijn “waarheid” in praktijk brengen. En waar komen onze gevoelens voor oprechtheid, eerlijkheid dan vandaan. Toeval? Waar kwam Stalin’s drang om in 1933 al 6 miljoen Oekraïnse boeren over de kling te jagen dan vandaan. Toeval? En wie bepaalt dan voor jou en mij wat kwaad en wat goed voor ons is? Wel, dat doet degene die op een bepaald moment de grootste macht en invloed heeft. En of we het met hem eens of oneens zijn, maakt dan uiteraard niets uit!

    Dus: Geen Schepper, geen absolute waarheden, geen zedige moraal en … zo kan eenieder doen wat hij/zij maar goed vindt ongeacht de consequenites die hier voor de naaste uit voortvloeien. Dit wordt ook wel de “Wet van Thelema” genoemd, “Doe wat gij wilt, zal de gehele wet zijn”

    Maar … als er wél een Schepper is Die de goede zeden in ons gelegd heeft, wéten we dat kwaad ook daadwerkelijk kwáád is, wéten we dat datgene wat Hitler en Stalin gedaan hebben, kwaad is. God heeft ons nl. naar Zijn evenbeeld geschapen:

    “En God zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte dat op de aarde kruipt. En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze. En God zegende hen en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt, en vervult de aarde en onderwerpt haar en hebt heerschappij over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over al het gediete dat op de aarde kruipt.” (Genesis 1:26-28)

    Wat betekent nu naar “het beeld en gelijkenis van God” geschapen zijn? Dit wil zeggen dat wij net als onze Schepper een eigen wil hebben en dezelfde gevoelens voor de absolute waarheden hebben zoals Hij die in ons gelegd heeft. Tevens moeten we erop letten dat God alles “naar zijn aard” geschapen heeft: ofwel: het gelijke brengt het gelijke voort! Enkele voorbeelden: een leeuwin brengt een welp voort, een paard een veulen, een koe een kalf en een mens (vrouw) een kind. Wanneer de mens uit diezélfde onpersoonlijke bron (een “oerslijmpje”) voortgekomen zou zijn als het dierenrijk, zou er hoegenaamd geen verschil tussen mens en dier moeten zijn! Onze “voorouders” zouden dan diezelfde vissen, vogels en overige dieren zijn waarover God ons de heerschappij gegeven heeft! Wie waren dan mijn eerste voorouders? wel, papa vis, moeder vogel en vader koe en piet de kanarie!

    Dat God alles “naar zijn aard” geschapen heeft, wordt nog eens duidelijk uit het volgende: De mens kan lang van tevoren bepaalde zaken plannen. Het dier heeft die mogelijkheid echter niet. Een hond kan misschien wel “beslissen” om op een bepaald moment bijv. de tuin in te willen, hij kan echter níet lang van tevoen bepaalde plannen opstellen, een mogelijkheid die de mens wél heeft.

    Een ander punt is dit: God had vlak na de zondvloed tot Noach die deze wereldwijde catastrofe samen met zijn familie overleefd had het volgende gezegd:

    “Voortaan al de dagen der aarde zullen zaaiing en oogst en koude en hitte, en zomer en winter, en dag en nacht niet ophouden.” (Genesis 8:22)

    Zie je Bas, de dag moet nog aanbreken dat die níet meer aan zal breken! Begrijp je het? Ook wat de zomer en winter betreft, door de eeuwen heen hebben we tot nu toe zomer en winter gekend en dit zal zo ook blijven (ondanks al de angstaanjagers met hun “opwarming” van de aarde.) God heeft Zijn belofte door de eeuwen heen dus altijd gestand gedaan. En … tot nu toe heeft de zon nooit té dicht bij de aarde gestaan waardoor alle leven op aarde zou verdampen. Ook heeft die nooit eenmaal te vér van de aarde afgestaan waardoor alle leven op aarde zou bevriezen. Hoie zou dát nu toch komen! Toeval? Zeer waarschijnlijk zeer zeker niet! Maar … daar jij wél in de evolutie-theorie gelooft (en denk eraan: dit is slechts een THEORIE!), dan weet jij wel alles te verklaren.

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.