Bestaat God? Goede vraag? Of misschien niet? Je kunt geen uiteenlopender antwoorden krijgen. Voor de één is het vanzelfsprekend dat God niet bestaat. Voor de ander is het precies andersom. Sterker nog: mag je zo’n vraag wel stellen en kun je als christen wel iets met zo’n vraag (behalve dat het antwoord vanzelfsprekend ja is)?
Het is gelijk al wel duidelijk dat mensen normaal gesproken geloven waar ze mee grootgebracht zijn. Als je bijvoorbeeld opgroeit in India, is de kans groot dat je hindoe bent met een pantheïstische (alles is God) levensvisie. In Nederland heb je een toenemende kans agnost te zijn. Daarom lijken argumenten onvermijdelijk. Bestaat God? Jazeker, en wel om de volgende redenen… (Lees de rest van dit artikel in het Reformatorisch Dagblad)
Gearchiveerd onder: apologetiek,natuurlijke theologie,theologie getagged: | godsbewijzen,Reformatorisch Dagblad

Het is een interessant vraagstuk, en al eeuwen actueel
De vraag naar het bestaan van God kun je “aanvliegen” vanuit twee posities: de ene is de gelovige, die zich verdedigt, de andere is de ongelovige, die niet wil geloven zonder bewijs.
Enige tijd geleden was een TV-programma (ik heb het niet zelf gezien), waarin een bisschop aan een zekere Jan Marijnissen wilde bewijzen dat God bestaat. Dit werd een mislukking; Jan werd niet overtuigd.
Ik herinner me uit de vorige eeuw het boek “Meer dan timmerman” van Josh McDowell, waarin de schrijver met zijn studenten dezelfde discussie voerde. Uiteindelijk stelde Josh dat God zichzelf bewijst; hij daagde zijn studenten uit om het te proberen. Hij argumenteerde (meen ik) met “nader tot God en Hij zal tot u naderen). Er waren twee studenten, die in een volgend college geheel overtuigd waren. Zij hadden zich tot God gewend en Hem gevraagd in hun leven te komen.
Vanuit de gelovige gezien, is het niet te bewijzen, het is een overtuiging, een soort “innerlijk weten”. Daarmee kun je een ander niet overtuigen. Maar in de praktijk van het geloven komt de waarheid tot uiting. Want de God van de Bijbel is een werkende en sprekende God.
Geloven is niet (alleen) het instemmen met een aantal opvattingen, maar het is een levende relatie onderhouden.
Vanuit de ongelovige deze vraag aangevlogen, is er geen bewijs mogelijk. Want wat wil je voor een bewijs: natuurkundig, wiskundig, astronomisch, of noem maar op? Het enige dat mogelijk is, is een geestelijk bewijs. God is geen onderdeel van de schepping, maar God is Geest; het bewijs van God moet dus uit een geestelijke discipline komen. Je hebt dus een geestelijk bewijs nodig. En om een geestelijk bewijs te kunnen zien / waarderen / erkennen, heb je geloof nodig. Het is opmerkelijk dat bijvoorbeeld satanisten en spiritisten daar geen moeite mee hebben, zij het dan dat ze (met name satanisten) verklaarde vijanden van God zijn.
Ik denk dat de bisschop in het TV-gesprek niet heeft ingeschat dat iemand, die gericht is op aardse disciplines (scheikunde, wiskunde, politicologie, enz.) niet overtuigd kan worden met on-aardse (geestelijke) argumenten.
Zo is mijn kijk op deze zaak.
Als je alsnog een zichtbaar bewijs wilt voor het bestaan van God moet je de bijvoorbeeld de praktijk zien van een specifieke Bijbeltekst:
Johannes 13: 34 “Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief. Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben. (:35) Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn.’”
Helaas zijn christenen ook maar mensen, en ze maken er maar al te vaak een rommeltje van.
Dag Rob,
Ik denk dat ik begrijp wat je bedoelt. We moeten dus een vers uit de bijbel nemen, en vervolgens kijken hoe dit in de praktijk uitpakt. En als dat dan met elkaar overeenstemt is dat een zichtbaar bewijs dat de bijbelse god echt is.
Laat ik het ook eens proberen:
1 Timoteus 6:1-2 “Wie het slavenjuk draagt, moet zijn meester hoogachten, zodat Gods naam en de leer niet worden bespot. Een slaaf die een gelovige meester heeft, mag zijn meester niet zijn respect onthouden omdat ze broeders zijn. Integendeel, hij moet hem met nog meer inzet dienen, juist omdat hij met degene die van zijn diensten gebruikmaakt, in geloof en liefde verbonden is.“
1 Petrus 2:18-19 “Slaven, erken het gezag van uw meesters en heb ontzag voor hen, niet alleen voor de goede en rechtvaardige, maar ook voor de onrechtvaardige. Het is een blijk van genade als iemand, doordat zijn aandacht op God gericht is, in staat is onverdiend leed te verdragen.”
Als we nu naar de praktijk kijken dan zien we dat vele eeuwen lang de westerse neger-slavenhandel voor christenen zonder problemen werd geaccepteerd omdat slavernij in de bijbel nergens wordt veroordeeld.
Omdat de praktijk zo goed aansluit bij deze verzen is dit dus een bewijs dat de bijbelse god echt is. Wel vervelend natuurlijk voor die vele miljoenen slaven die van hun families werden gescheiden en hun verdere leven als slaaf in een vreemd land moesten doorbrengen. Maar ja, de bijbelse god vond het blijkbaar niet nodig in zijn geopenbaarde boek een regeltje te laten opnemen waarin klip een klaar stond dat slavernij de menselijke waardigheid aantast.
Mvg,
Bas van Gorkum