Thomas van Aquino en het geïntegreerde wereldbeeld [I]

De laatste tijd gaat mijn aandacht uit naar de noodzaak van een geïntegreerd wereldbeeld. Met ‘geïntegreerd wereldbeeld’ bedoel ik dat een transcendente kijk op de werkelijkheid samengaat met een constructief bezig zijn met die werkelijkheid. Het grootste probleem van onze tijd is dat we de nood van een bovennatuurlijk perspectief niet zien en niet begrijpen. De situatie is heel ernstig te noemen, omdat op grote schaal betekenis, zin en moraal volledig op losse schroeven staan. Onze tijd kent de triomf van de beschrijving en toepassing van de werkelijkheid (wetenschap en technologie), maar heeft gefaald er betekenis aan te geven, omdat de transcendente dimensie volledig genegeerd wordt. Thomas van Aquino leefde in een tijd waar een dergelijk gevaar dreigde. Hij wist op indrukwekkende wijze een synthese te bewerkstelligen tussen het bovennatuurlijk en het natuurlijke, geloof en rede, openbaring en filosofie-wetenschap. Kunnen wij iets van hem leren? Ik denk het wel.

NB Deze serie is een vertaling van een essay geschreven als onderdeel van mijn studie aan Bethel Seminary te St. Paul in de VS. De voetnoten heb ik niet vertaald, omdat die meestal niet gelezen worden. Zij die het wel willen lezen, zijn vaak ook voldoende gemotiveerd om de Engelse taal voor lief te nemen.

I. De ineenstorting van het westerse wereldbeeld

Het westerse wereldbeeld is bezig uit elkaar te vallen. Het is niet alsof er een empirisch waarneembaar ding is dat wereldbeeld heet; er worden geen bevingen geregistreerd en ook zijn er geen explosies te horen. Het westerse wereldbeeld ―die wonderlijke bril waarmee we de wereld onderzoeken, categoriseren en tegemoet treden op basis van aannames over hoe de werkelijkheid nu echt in elkaar zit― is langzaam aan het verbrokkelen. Deze teloorgang is al vierhonderd jaar in de maak. Mensen gaan door met de dagelijkse gang van zaken alsof er ‘im Westen nichts neues’ is, maar net zoals breuklijnen ondergronds zich onzichtbaar klaarmaken voor een aardbeving, zo heeft het Westers denken de fundamenten van onze samenleving aangetast.

Nadat bleek dat het modernistische project faalde om betekenis aan de werkelijkheid toe te kennen zuiver op basis van het denkvermogen van de mens zonder enige referentie aan een transcendentale (d.w.z. bovennatuurlijke) bron, heeft het de weg vrij gemaakt voor de postmoderne conditie. Postmodernisme heeft de idee om de waarheid over dingen te weten te komen opgegeven. Waarheid is niets meer dan een machtspelletje waarin de ene groep zijn visie op de waarheid op probeert te leggen aan een andere groep. [1] Groothuis, filosofieprofessor aan Denver Seminary, maakt de volgende observering over het postmodernisme: ‘Een volledig gedeconstrueerd universum is niet een uni-versum maar een plura-versum of een multi-versum, dat elke poging tot begrip of cohesie weerstaat terwijl het alleen maar chaos aanbiedt. (…) Alles is ontkoppeld, gefragmenteerd en opgeblazen in een miljoen stukjes— waar we mee mogen spelen‘.[2]

Uiteindelijk is het postmodernisme niet zo ontzettend verschillend van het modernisme. Beide hebben als axioma dat de empirische wereld, de materiële werkelijkheid, het totaal vormt van waar we mee kunnen werken. Het modernisme nam aan dat het mogelijk was om aan die werkelijkheid betekenis en doel te ontlenen. Het postmodernisme is tot de conclusie gekomen dat dit zinloos is. Het postmodernisme is de negatieve conclusie op de zoektocht naar de heilige graal van het modernisme. Hoewel dit probleem meestal luchtig bejegend wordt, is het veel ernstiger dan velen denken. Zonder ultieme betekenis,  doel en moraal bevinden we ons in een val die bestaat uit een collectie van zo’n 1080 atomen die het universum rijk is. Zonder een meta-narratief (d.w.z. het grote verhaal, de ‘big picture’) is de fundering van de Westerse beschaving onder onze voeten aan het verbrokkelen.[3] Wanneer je haar naar de betekenis van het leven vraagt, haalt de gemiddelde postmodernist haar schouders op en zegt: ‘Doe je eigen ding en maak er maar wat moois van‘.

Dit alles heeft enorme gevolgen voor de Kerk.[4] De evangelische beweging vertoont veel primaire en secundaire gevolgen ―zowel modern als postmodern― van dit culturele dogma dat een strikte dichotomie vereist tussen het natuurlijke en het bovennatuurlijke, het materiële en het transcendente. Laat me een paar gevolgen aanstippen van dit valse dualisme:

(a) Evangelischen en reformatorischen in Nederland zijn een stomme kerk geworden. Onze beschaving legt ons een vals dualisme op. Het gevolg is dat onze boodschap ineffectief is geworden. Onze boodschap gaat over het bovennatuurlijke terwijl datzelfde bovennatuurlijke geen ontologische geloofwaardigheid meer heeft (d.w.z. het bestaat voor de mensen niet echt meer). We zien pogingen om dit te ondervangen in tandpasta evangelisatie (alle kerken waar vorm is belangrijker dan inhoud), vrijzinnigheid en het sociale evangelie die de horizontale dimensie (tussen mensen en dingen in het natuurlijke) benadrukken ten koste van de verticale lijn (tussen God en mens). Het probleem van hoe een bovennatuurlijke boodschap begrijpelijk te communiceren voor een naturalistische denkwijze moet nog opgelost worden.

(b) Het valse dualisme is ook geïnternaliseerd. Een voorbeeld kun je vinden in de benadrukking van het verkondigen van de woordelijke inhoud van het Evangelie ten koste van werken van barmhartigheid. Tijdens mijn tijd met zendingsorganisatie Operatie Mobilisatie heb ik de omslag mee mogen maken naar een ruimhartige omarming van hulpverlening als een centraal aspect van de Christelijke missie.

(c) Postmoderne anti-intellectuele luiheid heeft ook een invloed op de Kerk. Waarom zouden we hard nadenken als dat toch nergens toe leidt? Voor het postmodernisme is ervaring belangrijk en veel kerken hobbelen lekker mee in het aanbieden van het ene emotionele hoogtepunt na het andere.

(d) Een vals dualisme leidt tot een valse spiritualiteit. Ik zie soms jonge mensen helemaal door het dolle raken van het idee van een ‘worship bediening’ of zendingsijver als zaken die haaks staan op het hard studeren om een studie te voltooien die uitzicht biedt op verantwoordelijk burgerschap. In de kerk is sprake van een super-spiritualiteit die zich terugtrekt uit de harde werkelijkheid van een naturalistisch wereldbeeld en een eigen geestelijk wereldje creëert waarin men zich veilig voelt.

Toch is deze dichotomie (nl. die tussen het natuurlijke en het bovennatuurlijke) niet altijd dominant geweest in het Westers denken. De middeleeuwen verschaffen ons een rijke schat aan geïntegreerd denken. Het bovennatuurlijke en het natuurlijk waren hecht aaneengesmeed. Hoewel velen de middeleeuwen afschrijven als een achterlijke en onverlichte periode, zou het nog wel eens kunnen zijn dat we er veel van kunnen leren. Vooral nu onze beschaving niet in staat is voor de dag te komen met een geïntegreerd wereldbeeld, doen we er goed aan ons oor te luisteren te leggen bij denkers uit deze tijd. Ik zal daarom mijn aandacht richten op Thomas van Aquino als het onwaarschijnlijke [5] voorbeeld dat onze navolging ten zeerste verdient. Zijn gedachten ove de relatie tussen geloof en rede, het bovennatuurlijke en het natuurlijke rechtvaardigen onze aandacht. [6] In de volgende post in deze serie zullen we kijken naar overzicht over het leven van Aquino.

Notes

[1] In my paper on the Kalam Cosmological Argument as a case study or how a restoration of an integrated worldview might be achieved I discuss modernism and postmodernism more elaborately (but still inadequately): Josh DeKeijzer, The Kalam Cosmological Argument and the Need for an Integrated Worldview as Exemplified in the Theology-Science Debate, (Bethel Seminary, St Paul: unpublished, 2010). This paper will find its way to this blog in the future in an adapted series format.

[2] Douglas R. Groothuis, Truth Decay: Defending Christianity Against the Challenges of Postmodernism, (Downers Grove IL: InterVarsity Press, 2000), 169.

[3] If it is true that truth is only a power game (this statement is itself an assertion to power then) the very cohesion of society is under threat. Being politically correct becomes more important than being truthful. Court cases become a matter of smart argumentation rather than truth finding. Moral responsibility goes out the door as it cannot find an absolute anchoring. Education is no longer a quest for truth but becomes knowledge acquisition for the sake of career making and power assertion.

[4] I don’t mean so much postmodernist trends that have led to the emergent and emerging church.

[5] ‘Unlikely’, because ‘First and foremost is the need for a first-hand reading of Aquinas. I know of no evangelical critic of Thomistic theism who is a Thomistic scholar. Most criticism is based either on stereotyped textbook scholasticism or secondhand evangelical pseudo-scholarship’ Geisler, “A New Look at the Relevance of Thomism for Evangelical Apologetics,” Christian Scholars Review 4 (1975): 200 (as quoted in Vos, 163).

[6] Interestingly, when discussing nature and grace with Aquinas, Francis Schaeffer points to Aquinas as the culprit for causing a division between the two (i.e. between supernatural and natural). It shall be no surprise that I disagree with him entirely on this point. And I am in good company. Schaeffer’s view on Aquinas has been discredited by Christian philosophers. According to Schaeffer: ‘While there were good results from giving nature a better place, it also opened the way for much that was destructive.  In Aquinas’s view the will of man was fallen, but the intellect was not.  From this incomplete view of the biblical Fall flowed subsequent difficulties.  Out of this as time passed, man’s intellect was seen as autonomous. This sphere of the autonomous growing out of Aquinas takes on various forms.  One result, for example, was the development of natural theology.  In this view, natural theology is a theology that could be pursued independently from the Scriptures.  Aquinas certainly hoped for unity and would have said that there was a correlation between natural theology and the Scriptures.  But the important point in what followed was that a really autonomous area was set up’, see: Francis A. Schaeffer, The Complete Works of Francis A. Schaeffer: A Christian Worldview. (Westchester, Ill.: Crossway Books, 1996, c1982). Vos echoes this position critically: ‘Finally, many have criticized Aquinas for making a distinction between nature and grace. They maintain that such a split inevitably leads to a dualism from which nature emerges as an independent, self-sufficient order, and grace emerges as a superfluous option. In fact, however, this is a position that Aquinas combatted with all his energy…’ Arvin Vos, Aquinas, Calvin, and Contemporary Protestant Thought: A Critique of Protestant Views on the Thought of Thomas Aquinas, (Grand Rapids: Eerdmans, 1985), 163.

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.