Thomas van Aquino en het geïntegreerde wereldbeeld [II]

II. Thomas van Aquino de scholasticus

Door het geïntegreerde wereldbeeld van Aquino nader te onderzoeken ―met een speciale interesse in de relatie tussen geloof en rede (en in het bijzonder het bovennatuurlijke en het natuurlijke) zoals we dat tegenkomen in Aquino’s Summa Theologica― zal ik proberen aan te tonen dat zijn gedachtengoed een uitstekend voorbeeld is van een succesvolle synthese. Bij hem kunnen we terecht voor hints hoe de disintegratie van het Westerse wereldbeeld in de eenentwintigste eeuw tegen te gaan en de effecten ervan op de Kerk ongedaan te maken.

Het leven van Thomas van Aquino

We kunnen Thomas precies in het midden van de dertiende eeuw plaatsen. Hij leefde van ongeveer 1225 tot 1274. Hij werd waarschijnlijk geboren in het kasteel van Roccasecca tussen Rome en Napels. Zijn ouders waren geen voorstander van zijn plan om zich bij de Dominicaanse orde te voegen, maar toch is dat precies was hij deed rond 1243 na zijn studie aan de universiteit te Napels waar hij zeer waarschijnlijk in aanraking kwam met het werk van Aristoteles. [1] Er volgde een periode waarin Aquino studeerde onder een andere Dominicaan, Albertus Magnus (1199-1280) in zowel Parijs als Keulen. Nadat hij zeer waarschijnlijk in deze periode tot priester werd gewijd, ging hij weer terug naar Parijs in 1256. Deze keer als leraar.

Aquino onderwees en was voorzitter van wetenschappelijke debatten die bekend stonden als Quodlibetals. Veel van zijn werken zouden later veel lijken op deze debatten [2] en het keert ook terug in zijn Summa Theologica, dat een belangrijke functie vervult in onderhavige serie. Tijdens dit eerste verblijf in Parijs schreef Aquino enkele van zijn vroege werken waaronder de Summa Contra Gentiles. In dit boek krijgen we een eerste indruk van de balans die Aquino zoekt tussen geloof en rede. Zijn doel is ‘middels de weg van de rede die dingen over God na te streven die het menselijk verstand kan onderzoeken‘ (Summa Contra Gentiles, I, 9).

Op dit punt wordt de biografische informatie over Aquino wat vaag. Over het algemeen wordt aangenomen dat hij Parijs nog voor 1260 verliet om les te geven in Orvieto, Italië en dat hij de opdracht had gekregen om een studiehuis voor de Dominicaanse orde te beginnen in Rome in 1265. In 1269 werd hij opnieuw naar Parijs gezonden om daar les te geven. Aquino was al die tijd aan het schrijven geweest en was gedurende zijn tijd in Rome begonnen aan de Summa Theologica. In 1272 werd hem de mogelijkhied geboden een studiehuis te beginnen in de plaats van zijn keuze. In december 1273 stopte Aquino plotseling met schrijven, misschien als het gevolg van overwerk. Begin 1274 stierf hij onderweg naar het Concilie van Lyons in Fossanova.

Aquinas de Scholasticus

Aquino kan gezien worden als het hoogtepunt van de scholastische periode. Met de opkomst van steden in de middeleeuwen had het centrum van onderwijs zich verplaatst van de kloosters via de kathedraalscholen naar de universiteiten, netwerken van professoren en leerlingen in de grote steden. De scholastiek was een vorm van theologie waarin men met de rede een geloofsstandpunt probeerde te doorgronden. De beweging had haar begin in het werk van Anselmus van Canterbury, Petrus Abaelardus en Petrus Lombardus. [3] The scholastici hadden een passie voor orde ‘omdat ze geloofden dat God een passie voor orde had toen hij het universum ontwierp.‘ [4] De werken die ze schreven geven blijk van een encyclopedische en systematische benadering van allerlei vraagstukken. Zoals we hierboven gezien hebben, staat Aquino’s meesterwerk, de Summa Theologica, als een ‘verzameling van samengevatte debatten‘ [5] in deze traditie.

Van belangrijke invloed op de scholastici was de introductie van aristoteliaans denken in een wereldbeeld dat voornamelijk (neo-)platonistisch was. Middels de kruistochten en de contacten met de Moren in Spanje werden de werken van Aristoteles (opnieuw) geïntroduceerd in Europa. De wijze waarop deze werken veelal gefilterd waren door het commentaar van de islamitische geleerde Averroes veroorzaakte de nodige ophef. Was de menselijke rede echt onafhankelijk van het geloof? Leidde het noodzakelijkeerwijs tot conclusies (zoals bijvoorbeeld de eeuwigheid van materie) zelfs wanneer ze in tegenspraak waren met theologie? [6] Zoals Lindberg obeserveert: ‘…deze verontrustende aristoteliaanse leerstellingen waren manifestaties van een meer algemeen perspectief waarvan het hele aristoteliaanse corpus doortrokken was, namelijk de gedachte dat aristoteliaanse bewijsvoering, met zijn exclusieve vertrouwen op zintuigelijke waarneming en rationele inferentie, de enige manier was om waarheid te bereiken of waarheidsclaims te testen. Aristoteliaanse filosofie arriveerde dus onder de banier van extreem rationalisme, dat, wanneer het serieus doorgevoerd werd, bijbelse openbaring en kerkelijke traditie als bronnen van waarheid buitensloot om zo de menselijke rede tot maatstaf te verheffen niet alleen van filosofische claims maar ook theologische.‘ [7] In andere woorden, het middeleeuwse wereldbeeld was verre van statisch. We zullen zien hoe Aquino, voortbouwend op het werk van anderen, de taak op zich nam om aristoteliaans en platonisch denken in één geïntegreerd wereldbeeld te combineren. [8] Zijn arbeid vertegenwoordigt in dit opzicht het hoogtepunt van de scholastiek, d.w.z. qua breedte, diepte en integratie.

Notes

[1] Brian Davies, Aquinas, an Introduction, Continuum Compact, (New York: Continuum, 2004), 2.

[2] See: Ibid, 4, and: Justo L. Gonzalez, The Story of Christianity, Volume 1: The Early Church to the Dawn of the Reformation (Story of Christianity), (New York: HarperOne, 1984-07-18), 315.

[3] Ibid., 311-314.

[4] Peter J. Kreeft, A Shorter Summa: The Essential Philosophical Passages of Saint Thomas Aquinas’ Summa Theologica, (San Francisco: Ignatius Press, 1993), 17.

[5] Ibid.

[6] Gonzalez, “The Story of Christianity, Volume 1: The Early Church to the Dawn of the Reformation (Story of Christianity),” 316.

[7] David C. Lindberg, “Medieval Science and Religion,” in The History of Science and Religion in the Western Tradition: An Encyclopedia, ed. Gary B. Ferngren, Edward J. Larson, and Darrel W. Amundsen, Garland Reference Library of the Humanities (New York: Routledge, 2000), 263.

[8] As Lindberg says: ‘What Albert and Thomas accomplished (assisted, of course, by Grosseteste, Bacon, and many others) was to find a solution to the problem of faith and reason-perhaps not a permanent solution but one that proved satisfactory to many in the Middle Ages and that continues to attract a significant following at the end of the twentieth century. They produced an accommodation between Aristotelian philosophy and Christian theology by christianizing Aristotle (correcting Aristotle where he was theologically unacceptable or had otherwise gone astray), and “Aristotelianizing” Christianity (importing major pieces of Aristotelian metaphysics and natural philosophy into Christian theology).’ See Ibid., 264.

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.