Een kosmologisch argument voor God

Over oorzaken, gevolgen en conclusies

(Een iets gewijzigde versie van dit artikel werd op 21 mei jl. gepubliceerd in het Reformatorisch Dagblad. Omdat die site momenteel opnieuw wordt ingericht, was ik niet in staat om dat artikel hier te linken. Mijn versie dan maar.)

Bijdrage Weerwoord mei 2010

In de afgelopen honderd jaar is de kennis over het heelal gigantisch toegenomen. Fysici hebben geprobeerd te berekenen en te begrijpen hoe het heelal in elkaar zit, terwijl astronomen zich bogen over hoe we meer en betere data konden krijgen en hoe we die dan moesten interpreteren. Het resultaat mag werkelijk verbluffend genoemd worden. Maar is in het heelal zoals we dat nu kennen God nog wel terug te vinden zoals vroeger veel filosofen en theologen meenden te kunnen doen? Het antwoord is ja. Het heelal is één groot argument voor het bestaan van God. Vandaag de dag kunnen we, ondanks – of beter dankzij – de toegenomen kennis van het heelal gerust zeggen dat het argument alleen maar overtuigender is geworden.

Een stukje geschiedenis

Het kosmologische godsbewijs gaat terug op de Griekse filosoof Aristoteles (384-322 v. Chr.). Hij observeerde dat alle dingen, veroorzaakt worden door iets anders: elk gevolg heeft een oorzaak, net zo goed als elke oorzaak weer zijn oorzaak heeft. Om een voorbeeld te geven, wijn wordt veroorzaakt door de gisting van druiven. Druiven worden veroorzaakt door de rank. De rank is geplant door een wijnboer… en ga zo maar door. Deze keten van oorzaak en gevolg kan niet oneindig teruggaan, redeneerde Aristoteles. Daarom moet er een absoluut begin zijn, een eerste oorzaak die zelf niet veroorzaakt is: De Onbewogen Eerste Beweger. Deze Beweger lijkt in de verste verte niet op de God van de Bijbel, maar een basiswaarheid was ontdekt.

Voor de middeleeuwse theoloog Thomas van Aquino (1225-1274) was Aristoteles een groot voorbeeld. Hij integreerde veel van het gedachtegoed van “de Filosoof” (zoals hij Aristoteles aanduidde) in zijn theologisch systeem. Dat komt goed naar voren in zijn ‘Vijf Wegen.’ Dat zijn vijf argumenten voor het bestaan van God. In drie daarvan past hij op verschillende manieren hetzelfde kosmologisch godsbewijs.

De Big Bang

In de middeleeuwen was er nog een versie  van het kosmologisch godsbewijs, het zgn. kalam argument. Dat was ontwikkeld door Al-Ghazali (1058-1111), een islamitische geleerde. Hij onderscheidde zich van Aquino doordat hij niet concludeerde dat God bestaat, maar gewoon, dat de wereld een begin moet hebben. Filosofie en wetenschap hebben sinds de middeleeuwen natuurlijk niet stilgezeten en hoewel dit godsbewijs nog steeds steek houdt, moet er nu meer gebeuren om te overtuigen. De Amerikaanse apologeet William Lane Craig heeft in de afgelopen decennia onderzoek gedaan naar de kalam redenering en het nieuw leven ingeblazen, met interessante resultaten als gevolg.

Het kalam argument bestaat samengevat uit twee stellingen en een conclusie:

1. Alles wat begint te bestaan, heeft een oorzaak

2. Het universum is begonnen te bestaan

3. Daarom heeft het universum een oorzaak

Het valt meteen op dat deze redenering geen verwijzing naar God biedt. Dat lijkt een zwaktebod. Het tegenovergestelde is echter waar. Als gelovigen het eens kunnen worden met niet-gelovigen over de juistheid van deze redenering, vloeien er ineens een heleboel boeiende consequenties uit voort.

Laten we eerst eens kijken naar de twee stellingen. Alles wat begint te bestaan, heeft een oorzaak. Dit lijkt een vrij algemeen aanvaarde stelling die maar door weinigen wordt betwijfeld. We voelen intuïtief aan dat het waar is; we kunnen eigenlijk niet anders denken. Zelfs mensen die graag willen beweren dat alles uit ­niets­ voortkomt, hebben de neiging dat ‘niets’ als een ‘iets’ te zien.

Kijken we naar stelling 2, dan wordt het lastiger. Misschien heeft het heelal wél altijd bestaan; misschien is materie wél eeuwig. Wie zal het zeggen? Thomas dacht er bijvoorbeeld zo over. Craig wijst echter op twee wegen waarlangs bewezen kan worden dat de kosmos een begin heeft.

De eerste weg is die van de opeenstapeling van wetenschappelijke bewijzen voor de Big Bang (dit heeft overigens niets met de evolutietheorie te maken). Sinds in 1929 door de arbeid van Le Maître, Einstein en Hubble de ontdekking werd gedaan dat het heelal voortkwam uit een oneindig klein beginpunt, hebben de bewijzen zich opgestapeld dat materie, tijd en ruimte letterlijk een absoluut begin hebben. Veel wetenschappers waren niet blij met deze bevinding, omdat het leek te wijzen op het bestaan van God.

De tweede weg is een filosofische. Craig maakt hierbij gebruik van wiskundige inzichten in berekeningen met het fictieve getal oneindig. Als je van het getal oneindig alle even getallen zou aftrekken, heb je nog steeds het getal oneindig over. Rekenen lukt ineens niet meer. Verder is het zo, dat als het heelal oneindig oud is, het heden nooit bereikt zou kunnen worden. En toch zijn we hier. Met andere woorden: een oneindig heelal verhoudt zich niet tot de ons bekende wetten van de logica. Daarom is het op logische gronden nodig te stellen dat het heelal niet oneindig oud is. Voeg dat bij het reeds voor handen zijnde wetenschappelijke bewijs (de eerste stelling) en je krijgt een heel sterk argument voor het begin van de kosmos.

Het ene begin is het andere niet

Daar zijn we dan. Het universum heeft een begin. En dan? Wat zou dat? Wat heeft dat met God te maken? Eigenlijk heel veel. We hebben hiervoor reeds gesteld dat alles wat begint te bestaan een oorzaak heeft. De kosmos heeft dus een oorzaak.

Vervolgens kunnen we kijken welke kenmerken zo’n oorzaak van het heelal moet hebben. Om te beginnen bezit deze oorzaak zeer veel macht. Verder moet deze oorzaak immaterieel zijn en buiten tijd en ruimte staan. De Big Bang theorie vertelt ons namelijk dat er vóór het heelal geen tijd of ruimte of materie was. Dus de oorzaak kan door geen van deze drie gekenmerkt worden. Dat is nogal wat. We kunnen net zo goed zeggen dat die oorzaak geestelijk en eeuwig is. Verder moet deze oorzaak een vrije wil bezitten. Als dat niet zo zou zijn, dan was deze oorzaak statisch, d.w.z. altijd operatief. Dat zou betekenen dat het heelal er juist wél samen met zijn oorzaak altijd is geweest. Maar we weten juist dat het heelal er niet altijd was. De oorzaak moet dus een beslissing genomen hebben om het heelal te veroorzaken. Maar wat kan alleen een vrije wil bezitten dan een persoon?

Wanneer we al deze kenmerken eens op een rijtje zetten, zien we dat deze eeuwige, geestelijke en zeer machtige persoon een opmerkelijke overeenkomst vertoont met de God van de Bijbel. Hij heeft niet alle kenmerken van de God die zich in de Schrift aan ons openbaart, maar dat is ook niet nodig. Geen enkel godsbewijs probeert alles over God te bewijzen wat maar mogelijk is. Elk klein stukje van Gods grootheid is, goed beargumenteerd, genoeg om mensen aan het denken te zetten.

Bibliografie

Craig, William Lane. Reasonable Faith, Christian Truth and Apologetics. Wheaton IL: Crossway Books, 2008.

De website van Bill Craig, www.reasonablefaith.org.

http://www.philosophyofreligion.info/theistic-proofs/the-cosmological-argument/the-kalam-cosmological-argument/

http://www.leaderu.com/offices/billcraig/docs/kalam-oppy.html

7 Reacties

  1. Die eventuele god die de Big Bang veroorzaakt zou hebben, is nu juist net niet de god van de bijbel. Indien er sprake zou zijn van schepping door een god – wat overigens volstrekte speculatie blijft – dan moet die god een grote geest zijn, iets met visie, intelligentie. Dat zijn nu juist eigenschappen die bij de christelijke god zo totaal ontbreken.

    • Beargumenteer die claim maar…

      • Heb je de bijbel wel eens gelezen?
        Daarin is van enige grootsheid, intelligentie, rechtvaardigheid, liefde niets te vinden. God maakt zich druk over de meest pietluttige dingen en als mensen zich niet aan zijn bekrompen regeltjes houden, dan worden ze gedood. (bv de houtsprokkelaar op sabbat). Leviticus staat vol dwaze regeltjes.God voert oorlogen, teistert mensen met plagen (bv. de Egyptenaren), is jaloers als mensen andere goden aanbidden en de Israëlieten mogen niet eens trouwen met Kanaánitische vrouwen. Hij eist de volledige buit op van het verslagen Jericho en hij laat zichzelf aan een kruis nagelen, zogenaamd om onze vermeende zonden vergeven te krijgen. Mensen moeten nog geloven ook dat dit laatste echt waar is, zonder dat er betrouwbare informatie of bewijzen van voorhanden zijn. Wie het niet gelooft, gaat voor eeuwig naar de hel.
        Kortom, zoals ik schreef, geen enkele visie, geen enkele intelligentie.

  2. >Craig wijst echter op twee wegen waarlangs bewezen kan worden dat de kosmos een begin heeft.
    >De eerste weg is die van de opeenstapeling van wetenschappelijke bewijzen voor de Big Bang
    Hoe ‘bewijst’ de big bang dan dat ‘de kosmos’ een begin heeft? De big bang theorie vertelt ons hooguit dat de kosmos die wij kennen een begin heeft. Er zijn meerdere theorieën die een oneindige universum en/of meerdere universa beschrijven en die toch een big bang of zelfs meerdere big bang’s kennen.

    >De tweede weg is een filosofische.
    >Als je van het getal oneindig alle even getallen zou aftrekken, heb je
    >nog steeds het getal oneindig over. Rekenen lukt ineens niet meer.
    Laten we eens kijken wat er gebeurd als we de som omdraaien. Als je bij het ‘fictieve getal oneindig’ alle even getallen zou optellen heb je nog meer oneindig. Met één simpele rekensom ben ik hiermee op drie reeksen van oneindigheid uitgekomen. Een overtuigender bewijs dat oneindigheid een onlosmakelijk deel van het universum is is er niet! (naar analogie van het niveau van bewijsvoering dat door jou wordt gehanteerd)

    Je schrijft ook nog dat dit een bewijs is dat een oneindig heelal zich niet verhoudt tot ‘de ons bekende wetten van de logica’? Bedoel je de wiskundige logica? Je zegt dan eigenlijk dat het heelal zuiver wiskundig van aard is. Met de komst van de kwantumtheorie en Godel’s onvolledigheidsstellingen is deze opvatting over het heelal al bijna 100 jaar geleden losgelaten.

    Maar nu je toch zelf de wetten van de wiskundige logica gebruikt als bewijsvoering kun je me dan misschien ook de regels voor het gebruik hiervan uitleggen? Wanneer mogen ze wel en wanneer mogen ze niet worden gebruikt voor bewijsvoering? Want christenen schuiven de ‘wetten van de wiskundige logica’ net zo makkelijk weer aan de kant als die wetten bewijs leveren dat tegen hun geloof ingaat. Bijvoorbeeld als die wetten zeggen dat een watervloed die de hele wereld tot aan de hoogste bergtoppen bedekt onmogelijk is, net als een bootje van ± 150 meter dat van alle miljoenen diersoorten op aarde een paartje zou bevatten en al ronddobberend ook nog eens al deze dieren bijna een jaar lang van voedsel voorziet (wat de heer Craig allemaal letterlijk gelooft).

    Wat betreft het argument van de oneindige tijd die nooit het heden kan bereiken: ik heb nog zo’n ‘filosofisch’ argument voor je: de snelvoetige Achilles gaat een wedstrijd aan met een schildpad. De schildpad krijgt een voorsprong. Wanneer Achilles het punt A bereikt, waar de schildpad kort tevoren was, is de schildpad intussen bij punt B aangekomen. Arriveert Achilles bij dit punt B, dan is de schildpad intussen aangekomen bij punt C, enz enz. Conclusie, de achterstand wordt kleiner, maar Achilles haalt de schildpad nooit in. Prachtige redenering! Geen speld tussen te krijgen. Maar ook hier bedriegt de intuïtie. Craig’s oneindige tijd die nooit het heden kan bereiken is geen ‘bewijs’ maar een paradox, en wel eentje van precies dezelfde aard als die van Achilles en de schildpad. Craig loopt duidelijk achter met zijn kennis want deze schijnparadox is al lang geleden doorgeprikt. Zie voor meer van dit soort komische ‘Paradoxen van Zeno’ ook http://nl.wikipedia.org/wiki/Zeno's_paradoxen
    Zoiets betitelen als ‘filosofisch bewijs’ is volledig misplaatst.

    Het gaat mij niet om de vraag of het universum wel of niet een begin heeft. Het gaat mij er uitsluitend om dat in dit artikel veelvuldig wordt gesproken over ‘bewijzen’, terwijl het helemaal geen bewijzen zijn. Het enige wat dit artikel bewijst is dat de mens blijkbaar grote moeite heeft om verstandige lessen uit de geschiedenis te leren.

    Mvg,
    Jelmer

  3. Beste Jelmer;

    als je het laatste zinnetje las dan valt je hele relaas over wiskunde in het water. Waarin duidelijk staat dat “Geen enkel godsbewijs probeert alles over God te bewijzen wat maar mogelijk is”, je trekt vervolgens eigen conclusies om ze te weerleggen, hij schrijft nergens wiskundige logica, hij schrijft logica (kan ook logisch redeneren bedoelen).
    Jouw tweede voorbeeld van de schildpad slaat nergens op vermits je maar in 1 tijdzone kijkt geen rekening houdende met verschillende voortbewegen van 2 verschillende personen. Moest je nu geschreven hebben achilles beweegt aan dezelfde snelheid als de schildpad klopt zijn stelling wel. Het gaat allebei over dezelfde tijd.
    Conclusie : Je verwart redeneren met eigen conclusies. Het universum bestaat een oneindige TIJD dus het HEDEN kan nooit bereikt worden (beide tijd).

    Zo bvb waarom kan je indien het mogelijk was in de tijd te reizen niets veranderen in het verleden. Vermits alles wat gebeurd is geleid heeft tot het ontwikkelen van een tijdreis machine en dus de miniscule verandering het maken van die machine onmogelijk zou maken ==> bij het maken van de machine en je terugreist eigenlijk al iets verandert in het verleden (het er naar toe reizen) wat dan kan leiden tot het niet maken van de machine…. Tijdreismachine is niet mogelijk. (zo vat ik jouw conclusies samen)

    mvg
    elduvel

    Jouw argumenten kunnen gewoon van tafel geveegd worden als zijnde geen argumenten louter lezen wat je wenst te lezen.

  4. Jos maakt wel melding van ‘wiskundige inzichten’, en ik vraag hem toch ook of hij wiskundige logica bedoelt.

    >> vermits je maar in 1 tijdzone geen rekening houdende met verschillende voortbewegen van 2 verschillende personen<<
    Ok, een voorbeeld dan met 1 tijdzone: een vliegende pijl neemt achter elkaar verschillende, nauwkeurig te omschrijven plaatsen in. Als we zo'n pijl op een ondeelbaar ogenblik beschouwen, bevindt hij zich op een vaste plaats in de ruimte. Alle eigenschappen van de pijl op dat moment zijn vast te leggen en te omschrijven. Ten opzichte van die plaats in de ruimte is hij dus in rust. Maar wanneer hij op elk moment in rust is, dan is hij ook gedurende de hele vlucht in rust. De pijl beweegt zich niet.
    Bijt daar je tanden maar eens op stuk.

    Waar het om gaat is dat dit soort vraagstukken wiskundig van aard zijn. Ze vallen onder de getaltheorie of onder de verzamelingenleer. Ze bewijzen niets over het universum als geheel omdat het universum niet zuiver wiskundig van aard is. Althans, dat is de gangbare opvatting onder natuurkundigen en kosmologen. Of dit ook echt zo is weten we natuurlijk ook weer niet zeker omdat we nu eenmaal het universum nog lang niet hebben doorgrond (en misschien zullen we dat ook wel nooit doen).
    Maar als jij inmiddels hebt ontdekt dat het universum wel zuiver wiskundig van aard is dan ben ik natuurlijk zeer benieuwd naar je bewijs hiervoor.

    Verder kan ik me helemaal vinden in jou samenvatting van mijn conclusie die leidt tot de constatering dat een tijdreismachine niet mogelijk is.

    Met vriendelijke groet,
    Jelmer

  5. Dag Jos, wat jammer toch dat het al zo lang zo stil is op deze site, maar ik zie dat je nog wel steeds reageert. Ik ben benieuwd naar de inzichten die je inmiddels hebt verworven op je nieuwe opleiding. Het laatste wat we gehoord hebben is een hint dat je ideeën over evolutie aan het verschuiven waren, maar daarna is het stil gebleven.

    Zelf wil ik graag nog eens terugkomen op het kosmologisch argument voor god, omdat in deze hele redenering zo veel gaten zitten dat ik dat echt allemaal niet onbenoemd kan laten. Eerder had ik al aangetoond dat de het ‘godsbewijs’ nou niet bepaald de regels van de rede volgt. Dit keer wil ik het punt behandelen dat Bas van Gorkum al heel kort aanstipt in de discussie over abortus, namelijk de cirkelredenering in de absolute moraal.

    Je beschrijf hierboven de stappen die leiden tot een ‘kosmologisch argument voor god’. Stel even dat ik de redenering overtuigend vind en ik accepteer dat er iets machtigs en immaterieels moet zijn met een vrije wil dat het universum geschapen heeft. Zeg maar een god. Of misschien wel meerdere goden… want je gaat er wel vanzelfsprekend van uit dat het één god is, maar op dit punt in je argumentatie is er nog geen enkele reden om aan te nemen dat het er per se maar één KAN zijn. We komen nu dan ook gelijk bij het volgende punt en dat is dat we moeten gaan kiezen welke god de ware god is, of welke goden de ware goden zijn. Hoe maak je die keuze?

    Je behandelt dit in het artikel ‘van een andere planeet’ waarin je schrijft over wereldbeelden en de voorwaarden waaraan deze moeten voldoen. Zo moet een wereldbeeld innerlijke coherent zijn en overeenstemmen met de realiteit. Dit zijn in zich zelf morele uitspraken. Ze zeggen eigenlijk dat we ‘eerlijk moeten zijn’. Nu pareer jij iedere morele kritiek die een atheïst levert op het soms gruwelijk handelen van de bijbelse god met de opmerking ‘op basis van welke moraal uit je die kritiek?’. Diezelfde vraag kan op dit moment in de redenatie ook aan jou worden gesteld. Welk absoluut verankeringspunt heb je voor de uitspraak dat een wereldbeeld innerlijke coherent MOET zijn, en overeen MOET stemmen met de realiteit? Dit kunnen weliswaar voorwaarden zijn die we onszelf stellen, maar in welke absolute zin MOET dit zo zijn? Wat is je absolute anker voor deze uitspraken? We zijn op dit punt nog bezig uit te zoeken wat de ware god is (of de ware goden zijn) en we weten dus nog niet welke absolute moraal de ware is.
    Op dit punt in de redenatie heb je twee keuzes. Of je zegt dat het mogelijk is buiten een god om objectieve morele criteria vast te stellen waarmee we de juiste god of goden kunnen bepalen, maar dan heb je eigenlijk die hele absolute moraal en de bijbehorende verankering al niet meer. Of je kunt trouw blijven aan je standpunt dat morele uitspraken niet kunnen worden gedaan zonder absolute verankering. Dat leidt echter onherroepelijk tot de conclusie dat het kiezen van de juiste god op basis van morele criteria principieel onmogelijk is, omdat die morele criteria nog geen verankering hebben.

    Dus: je diskwalificeert het atheïsme op basis van de filosofische gedachte dat ze geen morele uitspraken kan doen zonder een absoluut moreel ijkpunt, maar precies diezelfde filosofische gedachte leidt er ook toe dat het kiezen van de juiste god (of de juiste goden) principieel onmogelijk is. Je hamert keer op de keer op de eerste conclusie, over de tweede hoor ik je nooit. Dat je op belangrijke niveaus volledig inconsequent bent is hiermee overtuigend aangetoond.

    Nog een paar losse punten.
    Je schrijf dat “deze god een opmerkelijke overeenkomst vertoont met de God van de Bijbel”. Ik benadruk nog maar eens dat je helemaal vergeten bent te beargumenteren waarom het per se één god moet zijn. Een vrije wil zou gevoelsmatig bijvoorbeeld beter aansluiten bij meerdere goden. Wat hier verder opmerkelijk aan is zie ik ook niet zo. Zo’n god vertoont niet alleen overeenkomst met de god van de bijbel maar met zowat iedere god die als schepper van hemel en aarde in een scheppingsverhaal voorkomt: http://nl.wikipedia.org/wiki/Schepping

    Ook schrijf je: “De Big Bang theorie vertelt ons namelijk dat er vóór het heelal geen tijd of ruimte of materie was”. Dit is een misleidende formulering. Iemand die het fundamentele verschil begrijpt tussen ‘alles wat bestaat heeft een oorzaak’ en ‘alles wat begint te bestaan heeft een oorzaak’, die moet toch ook in staat zijn het verschil te begrijpen tussen ‘de big bang was het begin van het universum’ en ‘de big bang was het begin van het universum dat wij kennen’. De big bang theorie handelt alleen over het universum waarin wij nu leven, en stelt het beginpunt ervan miljarden jaren geleden op basis van kosmologische berekeningen. Over wat er ‘daarvoor’ was doet de big bang theorie geen enkele uitspraak. De theorie zegt niet dat er iets was, maar zegt ook niet dat er niets was. De theorie zegt er gewoon helemaal niets over, omdat de theorie het universum zoals wij het nu kennen laat beginnen bij de big bang. De uitdrukking ‘… voor de big bang …’ heeft binnen de theorie simpelweg geen betekenis. Gelukkig is er in de wetenschap altijd genoeg ruimte voor nieuwe theorieën, als onderzoeksresultaten daar genoeg aanleiding voor geven. Wie weet komen we nog eens tot nieuwe verrassende inzichten over begin en eind. Tot die tijd weten we gewoon niets over het allereerste ontstaan van het universum dat wij kennen, ook niet of het geschapen is, en al helemaal niet door welke eventuele god of goden.

    Mvg, Jelmer

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.