Drie korte essays over God en lijden – deel I
In dit eerste korte essay over God en lijden wil ik kijken naar enkele aspecten die te maken hebben met een ‘leefbare’ theodicee. Ik noem de theodicee die ik nastreef een leefbare omdat de zoektocht naar een bevredigende theodicee nooit enkel intellectueel mag zijn. Dat kan eenvoudigweg niet, omdat lijden het hart van ons bestaan raakt. Ik geloof dat we het probleem van het lijden alleen dan juist bevragen wanneer we dat doen met de uitdrukkelijke bedoeling om in staat te zijn zowel de realiteit van het lijden als het bestaan van God te erkennen. Te vaak wordt de vraag een wapen dat ingezet wordt in de weerstand tegen Gods potentiële bestaan. Wanneer dat het geval is, zal de theodicee nooit succesvol zijn.
Nu is het woord theodicee al een paar keer gevallen. Van oudsher is een theodicee een rechtvaardiging van (dicee komt van het Griekse woord voor rechtvaardig) of een verklaring voor de realiteit van het lijden in de context van de klassieke definitie van God als goed, almachtig en alwetend. Met andere woorden: als God alles weet en in staat is om te bereiken wat Hij maar wil terwijl Hij tegelijkertijd goed is, waarom is er dan lijden? Een goede God wil toch zijn schepselen kwaad en lijden besparen? Een almachtige God kan dat ook, terwijl een alwetende God precies weet wanneer en waar lijden zal gaan ontstaan en hoe het te voorkomen. En toch komen zowel het kwaad als het lijden op grote schaal voor.
Voor sommigen werkt het bestaan van dit kwaad als een weerleging van de mogelijkheid van Gods bestaan. Maat dat hoeft helemaal niet het geval te zijn. Er zijn pogingen ondernomen om het bestaan van het lijden in overeenstemming te brengen met de drie genoemde eigenschappen van God, goedheid, alwetendheid en almacht, middels een aanpassing van een van deze drie. Je kunt ook zeggen dat een stelling wordt toegevoegd aan de volgende logische constructie die er voor zorgt dat een van de drie eigenschappen nauwkeuriger wordt gedefiniëerd:
1. Een goede, alwetende en almachtge God zou kwaad en lijden voorkomen
2. Lijden en kwaad bestaan
3. God – als Hij al bestaat – is ofwel niet alwetend, ofwel niet almachtig, ofwel niet goed, ofwel geen van deze drie.
Zulke harmonisaties worden typisch gekenmerkt door een verzwakking of een aanpassing van een van de attributen van God. Het Arminianisme bijvoorbeeld houdt vol dat God almachtig is maar geeft tegelijkertijd meer ruimte aan de menselijke vrijheid. Met andere woorden, Gods almacht is niet zo alomvattend als we eerst dachten. Het kwaad is er omdat aan Gods almacht een beperking is opgelegd om het mogelijk te maken voor mensen om echte keuzes te maken: goede met zegenrijke gevolgen of slechte die lijden tot gevolg hebben.
Het Calvinisme aan de andere kant wil niets toegeven waar het de soevereiniteit van God betreft. Het ziet zich daarom genoodzaakt om de goedheid van God anders te verstaan (of tenminste de klassieke opvatting daarover). Uiteindelijk is God zo groot dat niets afgedongen mag worden op zijn almacht. God is de Soevereine Heer, die alles heeft beschikt en verkiest wie Hij wil. Maar als we dat accepteren komen we tot de ongemakkelijke conclusie dat God ook het kwaad beschikt moet hebben als iets dat blijkbaar een functie heeft in zijn plan. Misschien is God dan toch niet zo goed als we wel zouden willen denken, of is Hij goed op een andere – minder aantrekkelijke – manier.
Een derde optie is de alwetendheid van God minder te benadrukken. Dat is de optie die het Open Theïsme nastreeft. God weet veel, maar de toekomst is voor Hem net zo open als voor ons. Het is nu eenmaal een gegeven van de geschapen werkelijkheid dat de toekomt er eenvoudigweg nog niet is; er kan niets over ‘geweten’ worden – ook niet door God. Dus God kent de toekomst niet en moet met datgene werken wat Hij wel weet. Het Open Theïsme gaat ervan uit dat God in de tijd bestaat en er niet buiten staat.
Een vierde zienswijze, die ik van harte aanbeveel, herdefiniëert gangbare opvattingen over zowel Gods almacht als zijn goedheid en dat niet op een manier die iets van beide afdoet maar juist zo dat ze een diepere inhoud krijgen. Dit kan overigens alleen gedaan worden met een houding die bereid is tot onderwerping aan God, een houding die bereid is te accepteren wat God openbaart over zowel Zichzelf als de mens. Dit heeft alles te maken met wat ik een leefbare theodicee noem. Alvin Plantinga heeft baanbrekend werk verricht op dit gebied. Hij heeft bewezen dat de bovenstaande logische constructie tot een tegenovergestelde conclusie kan leiden door een stelling toe te voegen die als doel heeft aan te tonen dat God de best mogelijk wereld aan het scheppen is die niet bereikt kan worden zonder een bepaalde mate van lijden. We kunnen het ook eenvoudig zeggen: God heeft redenen om lijden en kwaad toe te staan die simpelweg ons bevattingsvermogen ontgaan. Onze logische construct zou er dan als volgt uit kunnen gaan zien [1]:
1. Een goede, alwetende en almachtge God zou kwaad en lijden voorkomen
2. Lijden en kwaad bestaan
3. In zijn goedheid heeft God onbevattelijke motieven die het bestaan van kwaad en lijden noodzakelijk maken.
4. God en kwaad / lijden sluiten elkaar niet uit
Wat voor gevolgen heeft dit voor Gods goedheid, almacht en alwetendheid? In de eerste plaats komt Gods goedheid in een ander daglicht te staan. In zijn goedheid heeft God een plan ontworpen dat, hoewel het niet bereikt kan worden zonder een bepaalde mate van lijden in deze wereld, uiteindelijk zal resulteren in de best mogelijke wereld. Je kunt je bijvoorbeeld voorstellen hoe God een liefdesrelatie verlangt met mensen. Voorwaarde voor zo’n liefdesrelatie is dat de mens een vrije will heeft met inbegrip van de mogelijkheid van verwerping van deze goddelijke liefde met als gevolg lijden. Verder kan lijden een rol spelen in het testen van ons geloof. Dat geloof is uiteindelijk niets anders dan de liefdevolle beslissing van onze kant om ondanks de omstandigheden God te zien als de Liefhebbende en Betrouwbare.
Tegelijkertijd wordt Gods almacht voller van betekenis aangezien het kwaad dat er is niet in staat blijkt te zijn God plannen te dwarsbomen. Uiteindelijk zal de menselijke vrije wil nooit in staat blijken om de liefhebbende bedoelingen van God teniet te doen. God geeft ruimte aan de gevolgen van slechte keuzes en volvoert ondanks dat toch zijn plan. En dan stuiten we op iets interessants. In plaats van dat we een concept ontwikkelen van een musculaire God (een God met spierballen), zien we hoe Gods almacht zich mysterieus een weg baant naar het hart van de mens, hoe die almacht zich in Christus overgeeft aan het kwaad en vervolgens overwint door de zwakheid van het kruis. Gods almacht is zo anders dan wij geneigd zijn te denken wanneer we beseffen hoe het in staat is omwegen te vinden en Gods liefhebbende doelen te bereiken in zwakheid veeleer dan met vertoon van kracht. Als laatste wordt ook ons besef van Gods alwetendheid verruimd aangezien het wel duidelijk is dat God niet alleen alle weetbare feiten weet, maar daarboven in staat is om feiten die tegengesteld zijn aan zijn wil te zien als potentiële elementen van een beter plan.
Biedt dit een antwoord op elke vorm van lijden? Nee, we worden nog steeds geconfronteerd met de realiteit van zinloos lijden en natuurlijk kwaad (natuurrampen e.d.). Maar je zou je af kunnen vragen of juist hier, bij het overeind blijven staan van de vragen, niet sprake is van een doelbewustheid bij God. Zou het kunnen zijn, dat de vragen rondom lijden ons blijven verbijsteren omdat God dat nu juist wil? Stel je voor dat er sluitende antwoorden waren op de vragen rondom lijden. Het zou de uitdaging om te worstelen met het leven, met God en met het lijden drastisch verkleinen. Duidelijke antwoorden verkleinen de existentiële uitdagingen en beperken onze mogelijkheden voor groei in mentaal, geestelijk maar vooral relationeel opzicht (d.w.z. onze relatie met God). Het zou verder wel eens kunnen zijn dat God Zich doelbewust een beperking heeft opgelegd om ruimte te geven aan werkelijke vrije wil en verantwoordelijkheid. Een vergelijkbare zelf-beperking of zelf-verhulling zou wel eens de oorzaak kunnen zijn van het bestaan van natuurlijk kwaad. Alleen op deze manier kan een mens zichzelf alleen in het universum wanen als hij of zij dat om wat voor reden dan ook zou wensen.
En dat brengt ons dan tot de leefbare theodicee. Het is cruciaal van welk perspectief men de worsteling met de theodicee aangaat. Als de insteek puur intellectueel is dan zal het resultaat uiteindelijk teleurstelling of zelfs frustratie zijn. Je moet eigenlijk existentieel deel uitmaken niet alleen van het leven maar van het lijden dat ermee gepaard gaat om in staat te zijn deel te nemen aan het debat. Intellectuele bevrediging, hoewel tot op zekere hoogte mogelijk, kan met dit vraagstuk nu eenmaal nooit volledig bereikt worden. Er blijft iets raadselachtigs zitten aan lijden. Dit wordt m.n. duidelijk in de levens van sommigen die veel hebben geleden en door het lijden getransformeerd en vernieuwd zijn, vol diepe vreugde en liefde.
Het debat kan ook niet aangegaan worden met de nadrukkelijke bedoeling om de christelijke God te weerleggen. En dat om dezelfde reden. Zo is die ‘christelijke God,’ kwetsbaar, bereid om aangevallen te worden, bereid om Zichzelf niet te verdedigen. Daarom zal het echte antwoord de weerlegger ontvlieden. Gods antwoord is alleen beschikbaar voor degene die bereid is om zichzelf te vernederen voor de levende God, die bereid is getransformeerd te worden door de worsteling met het eigen lijden in het licht van ‘het lijden van God Zelf’ (vgl. Hall, 16). Het probleem is niet slechts logisch en daarom mag mentale bevrediging nooit het enige doel zijn. Als we de levende God ontmoeten, wiens bestaan in twijfel getrokken lijkt te worden door het bestaan van lijden en het kwaad, worden we vervuld met hoop. Het is zoals Hasker zegt: ‘de claim van het christelijk geloof is niet slechts dat God kan bestaan naast het kwaad in deze wereld. De bewering is veeleer dat uiteindelijk God niet zal bestaan naast het kwaad, maar dat Hij er heerlijk over zal triomferen’ (Hasker, 200).
Aantekeningen
[1] Mijn logische constructie is slecht een erg ruwe poging. In zijn zgn. Free Will Defense (verklaring van het kwaad m.b.v. de menselijke vrije wil) redeneert Plantinga als volgt: (1) God is almachtig, alwetend en geheel goed. (2) Het was niet in Gods vermogen om een wereld met het moreel goede te creëren zonder er een te creëren die moreel kwaad bevat. (3) God heeft een wereld geschapen waarin het moreel goede aanwezig is. (4) Kwaad bestaat. (See Plantinga, 54.)
Bibliografie
Hall, Douglas John. God & Human Suffering: An Exercise in the Theology of the Cross. Minneapolis: Augsburg Publishing House, 1986.
Hasker, William. The Triumph of God over Evil: Theodicy for a World of Suffering. Downers Grove, IL: InterVarsity Press, 2008.
McGrath, Alister. Christian Theology: An Introduction, Oxford: Blackwell Publishers Ltd., 1995.
Plantinga, Alvin. God, Freedom, and Evil, Grand Rapids, Michigan: Eerdmans Publishing, 1977.
Gearchiveerd onder: apologetiek, artikel, lijden, natuurlijke theologie, theodicee getagged: | Arminianism, Calvinisme, Hasker, het probleem van het lijden, lijden, Open Theïsme, Plantinga, theodicee

ik ben geen intellectueel
Gods lijden bestaat om mensen aan het werk te zetten te doen wat hij van ons verlangt
Dit lijden kan groot of klein zijn naargelang de persoon wie het betreft
Maar God weet wat hij doet en wie hij het doet .
Wat verlangt God van ons?
Wat wil God ermee bereiken als een meisje van zes verkracht wordt of iemand levend verbrand wordt of een moeder met drie kleine kinderen aan kanker overlijd?
Wat wil God hiermee bereiken?
Denk niet dat als u een christen bent u dit niet kan overkomen.
In het laatste gedeelte schrijf je hoe God is volgens Plantinga. Maar als punt 2 zeg je: Het was niet in Gods VERMOGEN om een wereld met het moreel goede te creëren zonder er een te creëren die moreel kwaad bevat.
Klopt het wel wat je daar schrijft. God had volgens mij wel een wereld kunnen maken waar nooit een zonde in voor zou komen. Hoe leg jij het uit. Want je zegt wel dat God almachtig is. Kun je je nader verklaren?
Dat is zo omdat het voor God onmogelijk is om de mens waarachtige morele keuzevrijheid te geven zonder dat de keuze voor het kwaad een reële optie is. Een keuze voor het moreel goede (en de resulterende op liefde gebaseerde relatie met God) kan alleen geschieden als er ook de mogelijkheid was om het verkeerde te kiezen. Anders is het geen echte keuze voor het goede.
Hoe weet u het zo zeker dat het voor God onmogelijk is, om de mens waarachtige morele keuzevrijheid te geven zonder dat de keuze voor het kwaad een reële optie is.
Heeft u dit uit de bijbel?
Staat niet in de bijbel dat voor God alles mogelijk is?
Staat ook niet in de bijbel dat het goede en het kwade van God komt?
U zegt: Een keuze voor het moreel goede (en de resulterende op liefde gebaseerde relatie met God) kan alleen geschieden als er ook de
mogelijkheid was om het verkeerde te kiezen. Anders is het geen echte keuze voor het goede.
Hoe is het dan mogelijk dat Adam en Eva gestraft zijn (en hier door de hele mensheid) voor iets dat ze nog niet konden weten dat het goed of kwaad was?
Immers, ze konden nog niet het goede van het kwade onderscheiden.
Want ze hadden nog niet van de boom der kennis van goed en kwaad gegeten.
Wat is hier het moraal ervan?
Er is, o.a. door C.S. Lewis, beargumenteerd dat liefde pas liefde is als er keuzevrijheid bestaat: de keuze om liefde te beantwoorden of niet.
Als God bijvoorbeeld altijd zou ingrijpen zodra mensen moreel verwerpelijk dingen willen gaan doen, dan nemen mensen nooit hun verantwoordelijkheid. Je kunt bijvoorbeeld in je werk er met de pet naar gooien want levens van mensen in de het verkeer, vliegtuig en waar dan ook lopen dan toch geen gevaar.
De redenatie is dat liefde zonder keuzevrijheid geen liefde is. Vind je liefde erg belangrijk en wil je het verspreiden, dan moet je accepteren dat de kans van kiezen voor het kwade daarin besloten ligt.
Voor zover ik weet vind je dit nergens letterlijk in de bijbel terug; het is logisch doorredeneren n.a.v. gedachten en vragen die al eeuwenlang bij mensen opkomen.
Nog iets over het almachtig zijn van God: het betekent niet dat een onzinnige reeks van woorden opeens zinnig zouden worden als je “God kan” ervoor plaatst. Ik bedoel hiermee de wat flauwe opmerkingen in de trant van: ‘kan God de steen optillen waar Hij zelf op staat’, of ‘kan God een vierkante cirkel maken’? Er bestaan intrinsieke onmogelijkheden. Ik geef toe dat het -voor ons mensen- niet altijd duidelijk is of iets intrinsiek (on)mogelijk is.
Zo zou het met liefde kunnen zijn: je weet niet of iemand je liefheeft zonder de reële mogelijkheid dat die persoon je kan bedriegen.
> “Stel je voor dat er sluitende antwoorden waren op de vragen rondom lijden. Het zou de uitdaging om te worstelen met het leven, met God en met het lijden drastisch verkleinen”
Tegenargument is dan dat lijden helpt om God te zoeken. Dan is kwaad (lijden) ergens goed voor. Als het ergens goed voor is, dan is kwaad niet onverdund puur kwaad.